Geen zee te hoog. Als je in de voetbanden en de trapeze kunt varen, kunt waterstarten en de gijp onder de knie hebt, wil je al snel meer. De zee lonkt, en als je een beetje avontuur in je donder hebt dan ben je daar gevoelig voor. Windsurfen op zee is fantastisch. Maar wees gewaarschuwd: ‘The ride is bumpy.’ Verwacht eerst een paar keer flink achter je oren gewassen te worden voordat het leuk wordt. Daarna is ‘the sailing smooth, the sky the limit’.

Woord: Marcelino Lopez
Beeld: Nayra Alonso, Arnaud Dechamps, Henning Nockel, John Carter/ PWA, Darrell Wong en Tot en met Ontwerpen.

LES 1. KEN UW BREAK

Je hoeft geen oceanoloog te zijn om te zien dat breaks (brandingen) per dag, spot, zee en land van elkaar verschillen. In ons land worden de golven meestal direct opgejaagd door de wind zelf: hoe harder de wind, hoe hoger de golven. In de oceanen en grote zeeën kunnen ook bij windstilte enorme golven binnenrollen wanneer een stormpje die aan de andere kant van het water (duizenden kilometers verderop) in gang heeft gezet. Onze Noordzee ziet er vergeleken bij de gemiddelde oceaan vaak chaotisch en rommelig uit – en ook heel bruin ja. Op winderige dagen, vooral als de wind – zoals gebruikelijk – aanlandig is, lijken de golven overal te breken. Ondanks dat het voor een leek op totale anarchie lijkt, ziet de ervaren zeeganger er echter een duidelijke structuur in. Om branding te surfen moet je er inzicht in krijgen. Dat inzicht krijg jij ook, maar niet zomaar. Je zult er eerst de nodige keren achter de oren gewassen worden. Zwemmen (zonder surfsetje) is alvast een goede manier om kennis te maken met golven en hun kracht.

DE BEWEGING ACHTER GOLVEN: SETS
Je zult zien dat golven in sets komen. Meestal sets van zes à zeven stuks waarvan de vierde en vijfde het hoogst zijn. Na de set is het even rustig. In de Noordzee is deze pauze maar van korte duur. Golven in ruimere wateren (zoals de Atlantische oceaan) breken overzichtelijker. Ze zijn hoger, staan verder uit elkaar en de pauzes tussen de sets zijn langer. Het is makkelijker om er doorheen te surfen dan in de Noordzee, maar als je gepakt wordt is het weer iets heftiger dan hier.

VERSCHILLENDE BREEKZONES EN GOLFSOORTEN
Als golven een ondiepte (bij ons een zandbank) tegenkomen beginnen ze te breken. Hoe ondieper de bank die de golf tegenkomt, hoe harder, steiler en holler de golf breekt. Op dagen met hoge deining (swell) kun je op sommige spots wel drie tot vier brandingen tellen. Omdat wij in Nederland geen vast koraalrif maar steeds verschuivende zandbanken hebben, verschuiven de breekzones ook steeds ietwat. In Nederland verschillen de waterstanden bij eb en vloed nogal van elkaar en ook dit heeft groot effect op de branding. Waar net op een bepaalde zandbank nog holle, steile golven  neerstortten, zie je een uur later al weer mooie doorlopende golven afbrokkelen.

OBSERVEER GOEDE WINDSURFERS
Goed voorbeeld doet goed volgen. Hoe komen de goede surfers elke keer weer ongeschonden door de branding en  waarom worden andere juist zo vaak gespoeld? Probeer te voorzien wat ze te wachten staat. Kijk of je timing en golfkennis klopt. Het belangrijkste verschil tussen jou en de zeerot is dat hij de patronen van het bewegende water kent en min of meer kan voorspellen hoe de branding er uit gaat zien, waar de doorgangen zijn en welke plekken hij moet vermijden. Dit is een kwestie van observatie en ervaring. Kijken is leren.

VRAAG LOCALS NAAR ONREGELMATIGHEDEN
Het is altijd nuttig aan (goede) locals te vragen over de spot. Vraag naar stroming en bijzonderheden. Het kan zijn dat er ergens een wrakstuk, pier of Russische U-boot ligt die je bij hoogwater niet kunt zien. De kracht van de stroming is afhankelijk van de deining, het getij, eventuele golfbrekers en de plaats van de zandbanken. De richting van de stroming is afhankelijk van de golfrichting en het getij.

 


DAVY SCHEFFERS

Mijn eerste keer was een jaar of drie nadat ik had leren surfen op een meer, samen met vrienden van me die al heel ervaren waren. We waren op Ouddorp en ik was best bang voor de branding en hoopte dat ik niet teveel gespoeld zou worden: dat zou helemaal niet fijn zijn vertelde mijn vader altijd. Maar na twee keer spoelen vond ik het eigenlijk wel kicken, ik was niet meer bang om door de golf gepakt te worden en ik ging er vol voor.

Tip

Belangrijk is dat je gewoon gemotiveerd blijft en zelfverzekerd. Wil niet te snel en wees geduldig. Windsurfen heeft gewoon veel tijd nodig om het echt goed te leren, zeker op zee! Het is heel vermoeiend en geeft een heel ander vaargevoel dan op binnenwater. Ga niet gelijk met vier meter golven het water op, maar kies een rustig dagje. Zeker ook belangrijk dat je niet alleen gaat en altijd voorbereid bent op wat er kan gebeuren.


 

LES 2. KEN UW SPULLEN EN UW DAG

OMSTANDIGHEDEN
Ideale omstandigheden zijn een sideshore tot licht aanlandige wind, kracht vier à vijf, met niet al te hoge golven. Hierom kun je het best op de eerste dag dat het waait gaan (als er meerdere dagen wind is voorspeld), want dan heeft de branding zich nog niet opgebouwd. Hoe langer het uit dezelfde richting waait, hoe harder de stroming en hoe hoger de branding. Dat is als je gevorderd bent leuk, maar voor nu is het vooral ballast. Totaal aanlandige wind is ook lastig omdat je dan parallel aan de golven vaart en je moeilijker door de branding komt. Aflandige wind is ook niet geschikt. In de eerste plaats is die erg vlagerig en bovendien duwt de wind je hierbij de zee op. De waarschijnlijke afwezigheid van de golven maakt het ook niet memorabel. Dan kun je beter op je lokale plas varen.

BOARD & ZEIL
Een wendbaar boardje van rond de 90 liter is goed genoeg voor je eerste pleziervaartjes op zee. Groter kan, maar kan in de weg zitten. Zorg er in ieder geval voor dat je geen monstervin onder je board hebt, dit zal het wegvaren er niet makkelijker op maken. Het fi jnste is een prettig en makkelijk te manoeuvreren zeil zonder cambers. Let er wel op dat de wind voor de branding vaak minder hard is dan erachter. Zowel under- als overpowered varen is niet handig voor een eerste keer. Als je twijfelt over de zeilmaat, vraag het aan een local. Zorg er verder voor dat je al je spullen en accessoires goed checkt voordat je het water opgaat. Het zou jammer zijn als je op de eerste dag onnodig lang moet zwemmen omdat je je mastvoet breekt. (Even over zwemmen gesproken: een zwemvest is onveilig omdat je er niet mee kunt onderduiken!)

 


GRAHAM EZZY
Mijn eerste keer was gelijk op zee, geen keus als je op Maui woont en je vader fanatiek waver is. Het was op Kanaha en ik was een jaar of vijf. Ik stond tussen mijn vaders benen, we hielden samen de giek vast. De eerste keer alleen was op hetzelfde strand, ik was acht of negen. Ik was bang om te ver van het strand te gaan, maar de angst motiveerde me ook en al snel voer ik tot ver voorbij het rif waar de zee donkerblauw was en de bodem ver onder me.

Tip
Just go for it! De zee is makkelijker dan een meertje want door het zoute water drijf je wat beter. En wacht maar tot je je eerste golf hebt gereden, dan wil je niks anders meer!


 

LES 3. DE ZEE OP

STRANDSTART
Strandstarten wordt pas tricky als de golven op het strand breken en er harde stroming staat. Door de steeds  verschuivende zandbanken hebben wij hier nogal vaak een shorebreak, golven die direct op het strand neerklappen. Meestal is die niet zo link, maar toch is het de grootste oorzaak van het materiaal dat op zee sneuvelt. Veel zoetwatermatrozen zijn gewend om in het water nog even hun trapezelijntjes of voetbanden bij te stellen. De shorebreak is daar niet geschikt voor, maar dat merk je vanzelf. Zorg dat je met je gezicht naar de zee toe staat en loop met je spullen richting water. Als de shorebreak niet echt hoog is en de stroming zwak, dan kun je gemakkelijk met je spullen de breekzone voorbij lopen, om daarachter ontspannen op je plank te stappen. In het geval dat er een fl inke shorebreak staat kun je beter even wachten met lopen totdat de laatste golf van de set breekt. Daarna loop je snel, terwijl je je spullen over de schuimlaag tilt, naar voren, maak je je setje strandstart-klaar en vaar je weg. Als de stroming je board zijdelings wegduwt zodat je moeilijker met je achterste voet op je board komt, dan loop je gewoon even met je board mee terwijl je de mast wat naar lij duwt tot het moment dat je op je board stapt.

 

DOOR BREKERS KOMEN EN OVER SCHUIMLAGEN VAREN
Na de shorebreak kun je meestal wat snelheid opbouwen om makkelijker door de branding te komen. Houd er rekening mee dat de wind in de branding, zeker als hij aanlandig is, zwakker en onregelmatiger is dan achter de branding. Als je weinig druk in je zeil hebt, probeer jezelf dan op ruime wind pompend tot planeren te brengen en in beide voetbanden te komen om makkelijk door en over golven te komen. Als het je niet veel uit koers brengt, probeer dan steile golfsecties en schuimlagen te ontwijken. (Tenzij je op zoek bent naar een schans om los te komen.) Schuimlagen tot een meter kun je makkelijk overvaren zonder aan snelheid te verliezen. Net voordat de golf je board raakt til je de voorkant van je board omhoog en als je punt over de golf is dan til je de achterkant van je board op. Je olliet als het ware de golf over. Als je een hoge schuimlaag of breker tegenkomt die je niet kunt ontwijken doe je hetzelfde. Waarschijnlijk remt het je tred, maar naarmate je meer ervaring opdoet wordt het steeds makkelijker snelheid te bewaren.

 


KAULI SEADI
Mijn eerste keer op zee was ongeveer een jaar nadat ik begon met surfen. Het was altijd mijn doel geweest inde golven te varen en met mijn nieuwe 4,5-je en slalomboard waagde ik het erop. Het was behoorlijk crazy want ik kon nog niet goed waterstarten en mijn zeil met loodzware mast uit het water trekken tussen de sets door was geen makkie!
Tip
Vraag de ervaren surfers om advies als je op spots vaart met een shorebreak; als je op de verkeerde plek bent kun je jezelf echt behoorlijk bezeren.


 

Als je jezelf met een ‘gnarly’ breker geconfronteerd ziet – en je wilt niet springen – dan moet je op het laatste moment ietwat snelheid minderen en de golf haaks (er recht tegen in) benaderen. Zo snijdt je board direct door de golf en voorkom je dat jij en je board zijdelings worden weggespoeld. Wanneer je in cross-onshore of zelfs compleet onshore omstandigheden vaart zul je moeten oploeven voordat je het schuim of de golf raakt. Probeer op ruime koers zoveel mogelijk snelheid te maken en pas op het laatste moment op te loeven.

 


PETER VOLWATER
Mijn eerste keer surfen op zee was in Castricum met een stel vrienden, ik was een jaar of veertien en we hadden ons opgegeven voor een spoedcursus brandingsurfen. We waren al een tijdje bezig op het Uitgeestermeer en Schellinkhout en konden al goed varen dus het was niet al te moeilijk, en heel erg gaaf. Binnenwater was niet meer hetzelfde.

Tip
Zet een groter zeil op dan je gewend bent, want er staat stroming en de wind is vaak aanlandig op de Noordzee. Zorg dat je het springen al onder de knie hebt, zodat je over de golven heen kunt jumpen. En begin op een spot als Wijk aan Zee of Hoek van Holland, daar is de stroming minder en de golven zijn meer geordend door de pieren.


 

Kort voordat de golf je raakt vier je het zeil en leun je naar achteren om de klap op te vangen. Op het moment dat de golf je board raakt schiet je neus omhoog. Omdat jijzelf nog in het dal bent moet je jezelf automatisch wat uitstrekken. Op het breakmoment dat je punt over de golf heen komt, trek je jezelf als het ware over de golf heen zodat je naar voren komt en weer recht op je board staat. Dit doe je door je zeil aan te trekken en de mast wat naar voren te gooien. Doe dit niet te agressief en trek je zeil niet te hard aan. Zo minimaliseer je de kans gekatapulteerd te worden. Als je jezelf te weinig naar voren gooit heb je weer meer kans om naar achteren te zakken.

Dit hele ritueel is gewoon een kwestie van oefenen. Als je stilstaat na een golf heb je in de Noordzee maar weinig tijd om weer snelheid te maken voor de volgende golf. Pomp jezelf dus snel weer in plané.

DE WASMACHINE
Soms heb je gewoon pech en ontkom je niet aan de wasmachine. Wie weet, misschien geniet je er wel van. Gespoeld worden in de shorebreak is het vervelendst. Je voelt je niet alleen lullig omdat je nog geen meter gevaren hebt, maar het is ook nog eens pijnlijk voor je spullen.

Te allen tijde is het belangrijk ervoor te zorgen dat de golf jou niet een pak slaag kan geven met je eigen spullen. Het veiligst is het dus wanneer jij achter je spullen ligt en niet door ze ingeklemd of aangevallen kan worden. Je spullen kun je bij golven onder anderhalf meter – tenzij het om een zware shorebreak gaat – nog prima vasthouden. Er zijn twee manieren om gespoeld te worden als je in het water ligt. Eén is met je ene hand aan de mast of giek en de andere aan je achterste voetband. Elke keer als je een golf over je heen krijgt duik je onder en probeer je ook je spullen naar beneden te trekken. De tweede is dat je probeert je masttop zo diep mogelijk naar beneden te drukken; duik zelf mee en kom omhoog als de golf voorbij is. Als de situatie brekervrij is kun je een waterstart maken en wegvaren.

Als de golf groot en gevaarlijk lijkt, laat dan je spullen los en duik onder. In de praktijk voel je al snel genoeg welke golf je ‘aankunt’ en welke niet.

 


JOHN SKYE
Ik heb eerst jarenlang op een meertje gevaren voordat ik op zee ging, wat betekende dat ik al best een goed niveau had toen ik voor het eerst de golven in ging. Ik had al wat speedloops gedaan en dacht dat de zee juist makkelijker zou zijn qua springen. Op de eerste golf die ik tegenkwam realiseerde ik me dat ik nog nooit had gesprongen met mijn rechterhand voor, ik verwachtte te vliegen maar had geen enkele controle en crashte roemloos. Er waren nog wel wat sessies voor nodig voordat ik aan deze kant kon springen!

Tip
Een strandstart-tip: neem de tijd om het water in te gaan. Hou je spullen zo hoog mogelijk, loop met elke golf wat verder en wees niet te trots om weer een stapje terug te doen als er een set aankomt.


 

Als je in de impactzone op volle snelheid een hoge golf niet meer kan ontwijken haak dan eerst uit. Hierna kun je twee dingen doen, probeer tegen de golf op te varen en eroverheen te komen. Lukt dat niet, houd dan je giek goed vast en blijf rustig als de golf je meeneemt. Over een paar seconden is de kracht van de golf minder en laat-ie je gaan. De tweede optie: Als je denkt dat de golf te groot is en op het punt staat om vlak voor je neus te gaan exploderen of net geëxplodeerd is… laat je spullen gaan en duik onder. Liever een stukje terugzwemmen dan dat je gewond raakt doordat je je board tegen je hoofd krijgt.

Je hoeft niet in paniek te raken als je je spulletjes kwijt bent. Blijf rustig en verspil geen energie. Op het moment dat je een deiningsgolf of breker in je rug voelt zwem je extra hard mee.

SPRINGEN
Het is altijd een speciaal moment om je eerste hoge sprong in de branding te maken. Als je op zee surft is het moeilijker niet te springen dan wel. Zelfs als je niet afzet en je bent op snelheid dan zul je bij tijd en wijle de lucht in gaan. Hoewel we het volgende nummer dieper op het springgedeelte ingaan geven we hier in het kort aan waar je op moet letten.

Op kleine golven gebruik je dezelfde techniek als op het binnenwater (dit kun je als het goed is al, dus daar hoeven we je niks over te vertellen). Op hoge golven springen vereist een passievere houding, je bent nu meer een procesbegeleider. Bij het springen op steile golven is het de truc om (aanvankelijk) niet hard af te zetten. Nadat je de lucht ingaat trek je wel je benen in. Up you go! Een veel gemaakte fout is om nu teveel naar achteren te hangen. Het is stoer als de masttop de golf raakt, maar vaak beland ook jij in het water. En als je niet valt sta je stil zodat je geen weerstand kan bieden aan een brekende golf. Probeer dus zo horizontaal mogelijk te blijven, zodat je de landing soepel en makkelijk maakt. Als je hoog en steil de lucht ingaat zul je in de regel meer snelheid verliezen. Probeer zo zacht en zo ruim mogelijk te landen door voor het neerkomen je benen te strekken. Als je je benen te lang intrekt heb je kans dat je plat landt (oei, je enkels!!) of een neuslanding maakt. De neuslanding is mooi, maar eindigt vaak in de katapult gevolgd door een spoelpartij.

LES 4. GIJPEN EN AAN WAL KOMEN

Als je de branding door bent, heb je het moeilijke gedeelte gehad. Voor veel beginnende zeesurfers is dit een rustmoment. De wind is constanter en je word niet opgeschrikt door wit water en brekers. Vaak is de wind hier wel wat harder, en misschien dat je nu zelfs wat overpowered vaart. Ook is het hier erg choppy,  een stuiterbak soms. Dat is misschien even wennen, maar nog steeds een stuk relaxter dan in de brekerzone, en omdat je waarschijnlijk wel wat hoogte hebt verloren in de branding kun je die nu wel relatief makkelijk terugwinnen. Houd daarom een aandewindse koers aan. Zo houd je ook meer controle over de chop.

Nog iets: vaar niet te ver door. Het kan gevaarlijk zijn als je heel ver op zee iets breekt en niemand je ziet. Bovendien, zo krijg je het brandingvaren nooit onder de knie! Leer in de deining te gijpen, vaar terug en ga opnieuw de branding door.

GIJPEN
Gijpen in de branding kan even wennen zijn, vooral in de hoge deining. Als je eenmaal door de branding een gijp wilt inzetten is de belangrijkste richtlijn om een relatief vlak stuk (niet-choppy) water op te zoeken. Het dal van een deininggolf is het meest geschikt om in te gijpen. Wel opletten want de deining geeft je ook een versnelling. Je zult iets meer dan normaal in de bocht moeten hangen. In het begin vind je het misschien moeilijk de gijp netjes af te maken, maar naarmate je de golven beter door hebt zul je het juist fijn vinden om hun kracht te gebruiken. Doorplaneren na een gijp wordt op een gegeven moment erg easy.

VEILIG AAN WAL
Er is maar een ding waar je aan hoeft te denken om weer aan wal te komen. Als er een flinke shorebreak staat moet je erop letten dat je niet voor maar achter de golf vaart. Zo bespaar je jezelf een afgesleten vin en een pijnlijke crash. Vaar op de rug van de golf mee naar het strand en stap af als het te ondiep wordt. Pak daarna snel je spullen en breng deze en jezelf veilig aan wal.

Met het veilig afstappen op het strand eindigt deze basics. Als je straks weer de branding ingaat: ik wens je een behouden vaart. Op het moment dat jij lekker in de golven aan het spelen bent bereiden wij alvast de komende cursus voor. De volgende keer gaan we dieper in op de geheimen der luchtvaart en het golfrijden.