Een kar met vier wielen, een matje, slaapzakken, windsurfmateriaal, golfsurfboardjes, bier, verhalen van vrienden, een verfrommelde landkaart waarop het moeilijk is koffievlekken van steden te onderscheiden, openstaan voor nieuwe ideeën en avontuur. Dat zijn voor mij de kenmerken van een road trip in de klassieke zin van het woord. Zonder plan nieuwe dingen ontdekken, je neus achterna.

Woord & Beeld: Leif Bischoff

Ik heb het gevoel dat road trip en reisverhaal voor velen inmiddels synoniem zijn geworden. Daarbij ziet een modern reisverhaal er over het algemeen als volgt uit: online windstatistieken analyseren, goedkope vliegtickets boeken, met de huurauto of airport shuttle van het vliegveld rechtstreeks naar het appartement of hostel, een paar weken lang een selectie van pakweg drie spots varen die zich allemaal op tien minuten lopen van het appartement bevinden. Wie echt gek doet, verandert om de paar dagen van supermarkt. De hele reis is van tevoren uitgestippeld en in plaats van je neus te volgen, is het eerder een kwestie van de massa volgen.

Toen Leon Jamaer en ik heel spontaan besloten om de Californische kust van noord naar zuid af te rijden hadden we eerder een caleidoscoop van kleurrijke, gemengde beelden en stereotypen in ons achterhoofd, dan een concreet plan. Stranden, palmbomen, route met geweldig uitzicht, mooie vrouwen, films en tv-series, beroemdheden, Hollywood, toeristen, hippies, medische marihuana, college parties, surfspots van wereldklasse, surfers van wereldklasse, een ontspannen manier van leven – eigenlijk zat alles erbij, behalve windsurfen. Een reden te meer om de paarden te zadelen en te zien of echte road trips nog steeds de crème de la crème van het reizen zijn, en ondertussen uit te vinden wat de Californische kust aan windsurfen kon bieden. Misschien zou het ons lukken om ergens tussen marihuana en Arnold Schwarzenegger een windsurfbeeld in de algemene Californische mentale bioscoop te planten, en in het slechtste geval zouden we alle eerder opgesomde punten en clichés af kunnen vinken. De door ons gedroomde uitkomst van deze road trip was een gezonde mix van Fear and Loathing in Las Vegas en twee theedrinkende pensionados in een villa op wielen, de in Amerika zo befaamde Recreational Vehicles.

Waar is Karl?
Over het algemeen zal je in San Francisco in mei hartelijk begroet worden door Karl. Karl is de naam die de locals gegeven hebben aan de mist, die zich meestal vanaf het eind van de ochtend stapvoets vanaf Ocean Beach in de richting van het centrum van de stad baant. Toen we aankwamen was er van Karl echter niks te zien, en in plaats daarvan werden we begroet door een stralende zon en een dikke 14 seconden zuidswell. We hadden geen idee waar we het water in konden springen om de jetlag weg te peddelen, maar gelukkig had Leon een 50 jaar oude kaart van Californië meegebracht uit Maui. Ocean Beach was niet ver weg en zag er veelbelovend uit. Een korte stop bij de surfshop en ik had een golfsurfboard te pakken evenals alle andere must-haves voor een succesvolle road trip. De gedetailleerde informatie over de spot en de openheid van de winkeleigenaar zorgden ervoor dat het stereotype van de vriendelijke Amerikaan al op de eerste dag vervuld was.

Drie dagen surfen in Ocean Beach bleken perfect om te acclimatiseren en onder het genot van barbecue en bier te luisteren naar anekdotes over het ontstaan van San Francisco. Net toen we ons – bijna – begonnen te vervelen, bloeide de windvoorspelling in kleuren die we al lang niet meer gezien hadden. Zonder Karl zelfs maar gedag te hebben gezegd ging het na een korte freeridesessie onder de Golden Gate Bridge in San Francisco Bay direct zuidwaarts via Highway 1 richting Santa Cruz. Zenuwachtig en vol verwachting van de eerste echte sessie, ging het mooie uitzicht tijdens het eerste uur op de snelweg volledig aan ons voorbij.

Routine Vanaf 40 kilometer boven Santa Cruz bevindt zich elke paar kilometer naast de snelweg wel een wavespot. Met broodjes avocado en koffie in de hand checkten we de ene na de andere afrit, verbaasd dat juist de bekende spots als Waddell Creek er meestal het minst aantrekkelijk uitzagen. Een stuk verder naar het zuiden vonden we dankzij een lokale tip de spot Davenport, wat gelijk onze persoonlijke favoriet werd. Midden tussen het groen bevindt zich aan het noord- en zuideinde van een lang zandstrand een cleane pointbreak. Beide breaks bieden leuke en toch heel verschillende right handers. Aan de zuidkant goede wind en een gemoedelijke break, terwijl de noordelijke golf wat krachtiger is maar net wat meer in de luwte van de wind ligt. Hier werden de voordelen van de klassieke road trip ons weer duidelijk. We hadden geen hotel geboekt, museumtour gereserveerd of andere afspraken gemaakt. Davenport was aan, en zolang Davenport aan was, bleven we. En aan bleef het, zo lang zelfs dat ik nu het woord ‘routine’ en ‘road trip’ in dezelfde zin moet gebruiken. Gedurende tien dagen bestond onze dagelijkse routine uit opstaan, surfsessie, supermarkt, koffie, wc, avocado sandwich, windsurfsessie, bier, spaghetti met pesto en slapen. Bij de koffie werd incidenteel een email geschreven of een foto op Facebook gezet, waarop alles er nog veel beter uitzag dan het toch al was – sponsors gelukkig en vrienden jaloers.

Nou moet gezegd worden dat de wildkampeersituatie in Californië helaas niet zo relaxt is als de marihuanawetgeving. We probeerden onze slaapplek langs de snelweg meestal zo uit te kienen dat de politie zich afzijdig hield en er geen dikke tientonnertrucks over ons hoofd denderden. Dit lukte helaas niet altijd en regelmatig werden we er door de law (sorry officer!) op gewezen dat we toch echt niet zomaar in het wild konden kamperen.

Net toen we ons bijna zorgen begonnen te maken dat we ondanks onze avontuurlijke road trip-gedachte naast een handvol windsurfspots weer niets van het land zelf zouden zien, laste de noordwestenwind een kleine pauze in. Het alternatieve programma in de vorm van een kleine rondleiding door de stad Santa Cruz bevestigde gelijk het onuitgesproken stereotype dat Amerikanen op sommige vlakken echt anders zijn. Heb je een mooi strand met oneindig veel ruimte en dan bouw je het uitzicht op de Stille Oceaan – en een van de beste surfspots genaamd Steamer Lane – dicht met een achtbaan die is zo spannend als een gemiddeld potje schaken…

Fear and Loathing
Ondertussen waren de 2.700 ‘free miles’ op de teller van ons reizende huis van LostCamper nog nauwelijks aangebroken, het wachten was op de eerste echte highway rit. Op twee spots na die goede windsurfcondities beloofden, hadden we geen specifiek doel in het zuiden. Zo gleden 290 kilometer kustlijn – onderbroken door twee korte surfstops – snel aan ons voorbij en werd pas in San Luis Obispo de versnellingspook van onze Dodge in park mode geschoven. Bomen, rotsen en kastelen kunnen we ook nog bekijken als we 100 jaar oud zijn; bovendien begon onze reis teveel te neigen naar de eerder genoemde theedrinkende pensionados in hun RV’s, hoog tijd dus voor wat Dr. Gonzo en Raoul Duke en een shift naar Fear and Loathing. We kregen ondersteuning in de vorm van een beginnende hittegolf die de wind deed liggen en de Stille Oceaan veranderde in een eendenvijver, zeg maar de Oostzee maar dan turkoois. We interpreteerden deze omstandigheden dankbaar als een uitnodiging om een paar avonden met de studenten in San Luis Obispo het nachtleven in te duiken. De alcohol loste ook gelijk ons slaapprobleem op: de politie maakte ons nog één keer wakker in een poging om te suggereren dat de parkeerplaats voor een bank geen camping was, maar toen ze doorhadden dat praten al lastig was, snapten ze gelukkig ook dat de auto verplaatsen niet zo’n goed idee was.

Benieuwd naar de rest van het verhaal? Dit is een artikel uit Motion windsurf magazine 2014 #3. Mocht je dit magazine gemist hebben dan kun je deze bestellen in onze webshop of word voor het gemak meteen abonnee zodat je geen nummer meer hoeft te missen!