‘Windsurfing forever.’ Ik (37) weet nog goed wat ik dacht. Er was veel onzeker in mijn opgroeiende jaren, behalve dat ik altijd verlichting zou vinden in het windsurfen. Ik twijfelde aan alles, maar wanneer het waaide dan ging ik naar het strand. De wind was mijn belangrijkste levenskompas. Mijn verklaring van eeuwige trouw aan het windsurfen leek voorbarig. Nu, twintig jaar later, heb ik al tien jaar mijn plank niet aangeraakt, op wat gelegenheidssessies met leenspullen na. Het is niet dat ik geen zin heb. Ik raak elke keer oprecht gefrustreerd als ik word geconfronteerd met heftig dansende bomen of verse surffoto’s van Facebook-vrienden. Ik voel het gemis in mijn buik, maar negeer de signalen verder.

Woord: Marcelino Lopez
Illustratie: geesvoorhees.com

Ik geef toe dat mijn frustratie dragelijk is. Zo vaak waait het ook weer niet, en je kunt op Facebook profielen ‘onzichtbaar’ maken. Ik woon in Amsterdam en als schrijver/psycholoog bots ik nu vooral tegen deadlines en psychologische weerstanden in plaats van golven. De gewoonte is er uit. Ik ben bang dat de tijd en moeite om op het strand te komen tevergeefs zijn. ‘Je had hier een uur geleden moeten zijn, sorry man.’

Mart (vriend/hoofdredacteur Motion), slaat deze ‘verloedering’ al jaren met een vieze blik gade. Elk jaar probeert hij me, na het seizoen, zijn laatste windurfsetje voor een mooi prijsje te slijten. Het lijkt hem – nog altijd – leuk om vaker samen het water op te gaan. Elk jaar pas ik, met goed excuus. ‘Ik moet eerst een auto kopen, anders kan ik die spullen toch niet vervoeren.’ Mart deed dit jaar geeneens moeite om mijn excuses te verwerpen.

Wel deed hij mij een ander voorstel. Schrijf een artikel over je comeback als windsurfer: ik zorg voor spullen en breng je naar het water. Makkelijker kan niet. Het is een voorstel dat mij het water op ‘dwingt’ en de kans geeft een succesvolle ‘herintreder’ te worden. Ik kan me verder niet voorstellen dat dit interessant voor jou is als lezer, maar – heel eerlijk – dat maakt me niet veel uit. Ik doe dit voor mezelf, om mijn surfweerstand te onderzoeken en de band met wind en water te herstellen. En ik doe het om mijn vriendschap met old time surfbuddy Koen Kastermans (37) nieuw leven in te blazen. We gaan dit samen doen.

Koen ‘Killerloop’ Kastermans was mijn belangrijkste surfmaatje. We wilden allebei surfprof worden. Ik was vaak stinkend jaloers op Koentje – niet alleen omdat hij eerder ontmaagd werd, hij had de meeste ballen van iedereen. Meer zelfs dan de toen piepjonge Peter Volwater. Olympisch Goud-winnaar Stephan van den Berg kon ook niet om hem heen. Heel letterlijk. Koen fowardloopte met één handje los over De Gouden Racer heen – met een belachelijk zelfgemaakt Tweety-zeiltje. Van den Berg: ‘Ja, hij springt eenhandige forwardloops, maar ik heb hem nooit een gijp zien door planeren.’ Dat moet je in context zien. Nu is een forwardloop pinda’s, maar meer dan twintig jaar geleden waagde slechts een klein percentage van de worldcup-profs zich tot dit soort ‘nekbrekers’. Koen was veertien, en surfte nog maar een jaar. Peter Volwater begon pas een jaar later met (laffe) spinloops, Koen was een lokale held, en mijn mentor. Zelfs al kon ik beter gijpen.

Diezelfde Koen is nu een surfloze workaholic. Zijn ballen en focus verspilt hij nu vooral aan zakelijk ondernemen. Het voordeel is misschien dat ie zijn grote BMW elke dag in de grote garage van zijn grote huis rijdt, het nadeel dat hij zijn lichaam verwaarloost en het te druk heeft voor de ontspannende sessies op het water. Koen en ik spreken elk jaar af vaker naar het water te gaan. Tot nu toe met nul resultaat.

In 2011 wordt dit anders. We hebben een deal gemaakt. Koen en ik zijn er helemaal klaar voor, het wachten is op de wind.