Nieuwjaar in het land van de rijzende zon.

Als windsurfer moet je soms razendsnel beslissingen nemen. Bij een goede voorspelling alles neerleggen waar je mee bezig bent, spullen inpakken en gaan. Vaak sta je voor dilemma’s, je had al iets gepland, soms heb je niet eens zin om weer de hort op te gaan, maar vaak loont het zich en als je er eenmaal bent geniet je ten volste. Precies drie dagen voor het afgelopen Nieuwjaar was het weer zo’n moment. Mijn beste vriend Björn belde uit Tokio waar hij tegenwoordig werkt als fotograaf, en vroeg of ik zin had in een bijzonder nieuwjaarsfeestje. Ik was net vijf dagen terug van een lange surftrip in Chili en had gepland mijn vakantie met de familie door te brengen in de bergen, maar toch, het klonk verleidelijk

Tekst: Flo Jung
Foto’s: Björn Gottschall

Lost in translation
Ik besloot de wind en golfvoorspellingen voor Japan te checken. Een monsterswell, harde wind en het feit dat de ticket slechts 450 euro was maakte mijn keuze makkelijker. Sorry pap, mam, vriendin, broertje, zusje, ik ga naar het land van de rijzende zon om daar Shogatsu te vieren, Nieuwjaar in Japan. Het was zaak snel te handelen. Ik boekte de vlucht, nam contact op met wat locale surfers en beperkte mijn bagage tot het minimale: één board, drie zeilen en een mast en een giek. Ik moet toegeven dat ik heel erg hou van dit soort last minute trips, waar niet alles vastgelegd is en je elk moment voor nieuwe verrassingen kunt komen te staan. Ik wist niks over de Japanse cultuur en al helemaal niks over de taal die ze er spreken. Mijn actieve vocabulaire in Japans bevatte slechts drie woorden: konnichi wa (hallo), kampai (proost) en arigatou (bedankt), niet heel nuttig bleek al snel na de landing in Tokio.

Vers van het vliegtuig nam ik de bus naar het centrum van de stad op zoek naar het huis van mijn vriend. De busreis was ongelooflijk: nog nooit had ik een stad gezien die ook maar te vergelijken was met deze metropool. Tokio is de grootste metropool ter wereld, bijna 34 miljoen mensen wonen in de stad en zijn buitenwijken en bijna niemand spreekt Engels, laat staan Duits! Het was vrij lastig mezelf te oriënteren, de straatbordjes waren niet te begrijpen en mijn Duitse telefoon had geen bereik. Gelukkig had ik mijn boardbag zo licht mogelijk gehouden en door hem op mijn wheelie bag te plakken kon ik het geheel vrij gemakkelijk achter me aan trekken. De stedelingen keken me vreemd  aan toen ik mijn weg door de enorme crowds probeerde te maken, over grote zebrapaden en langs tjokvolle metrostations. Uitgeput van de lange reis wist ik eindelijk het huis van Björn te vinden. Ik was zo bekaf dat ik na een kort konnichi wa gelijk in slaap viel in de sofa van zijn mini-huisje.

Typhoon-achtig windje
De volgende dag ontdekte ik dat Japan zo’n beetje de duurste plek ter wereld is, of op zijn minst van alle plekken waar ik geweest ben. Een simpel kopje koffi e kost vier euro en een standaard huurauto kost ongeveer 70 euro per dag en is bovendien alleen beschikbaar als je een internationaal rijbewijs hebt, vertaald in het Japans. Onnodig om te zeggen dat ik niet in het bezit ben van zo’n rijbewijs, ik moest dus op zoek naar een andere manier van vervoer en besloot mijn geluk te wagen in de metro.

De metro in Japan is zo druk dat de stad zogenaamde pushers in dienst heeft om mensen erin te proppen. Ik geloofde mijn ogen niet toen ik zag dat zelfs oude vrouwtjes door mannen met witte handschoenen vriendelijk doch resoluut de metro in werden geduwd. Tot mijn verbazing mocht zelfs mijn ‘oversized’ handbaggage gewoon mee (het was even proppen) en al snel was ik op weg in een bomvolle trein richting kust. Na een uurtje arriveerden fotograaf Björn en ik in de locale surftown Kamakura waar Toshi, een locale windsurfer, ons ophaalde met de auto. Met een grijns op zijn gezicht kwam hij op ons toe en zei: ‘Heb je je 3,7 bij je?!’ Op het water begreep ik al snel waarom… aangedreven door typhoon-achtige wind en met soms masthoge sets konden we onze lol niet op. Dikke jumps en mooie golfritten, het uitzicht op Japans hoogste berg Fujiyama deed de rest. Duidelijk geen omstandigheden voor watjes: door de sterke stroming was het na iedere wasgang zaak zo snel mogelijk bij je board terug te komen om je setje niet compleet uit het oog te verliezen en geloof mij, wasgangen waren er genoeg. Aan het eind van de sessie had ik een gigantische wipe out, mijn zeil kreeg zo’n klap dat de top in het rif gespiest werd en enorme hoeveelheden water mijn enige mast dusdanig op de proef stelden dat hij uiteindelijk wel moest breken. Het eind van deze sessie voor mij.

Vanaf de kant keek ik toe hoe de rest van de surfers het ervan af bracht en realiseerde me dat Japan behoorlijk onderschat wordt als surfnatie. Waarschijnlijk komt dit doordat het zo ver van de standaard windsurflanden af ligt, of door de hoge prijzen, maar vooral doordat zo weinig mensen weten van het enorme potentieel van dit land. Aan de weerstatistieken zal het zeker niet liggen: meer dan 50% van de winter is er goede wind en de hardcore golven houden de locals zeer meer dan tevreden. Het niveau van de locals is hoog, geen wonder ook met de omstandigheden op deze spot; er zijn zelfs kamikazepiloten die met een smile op hun gezicht doorsurfen nadat ze 100 keer gespoeld zijn of op elkaar zijn gecrasht.

Omeazaki, worldcup spot van weleer
Na een heerlijke verse sushi en een goede nachtrust was het tijd voor de volgende etappe van deze trip: Japans bekendste surfspot Omeazaki. In de jaren tachtig en negentig was Omeazaki vast onderdeelvan de worldtour, een zeer windzekere spot waar de slalomgevechten tussen Dunkerbeck en Bringdaluitgevochten werden, evenals de wave battles tussen diezelfde Dunki en Naish. Het kleine dorpje teltongeveer 35 duizend inwoners en bevindt zich op 300 kilometer ten zuiden van Tokio. Hisa Ishii, eenvan de beste locale surfers, bood zichzelf aan als spotguide en geheel naar verwachting waren zijneerste woorden: ‘We hebben nucleaire wind hier, ik hoop dat je je 3,7 bij je hebt!’

We gingen het water op op de main break van Omeazaki, een kleine reefbreak ideaal om te springenomdat de golven pas wat verderop breken. De golven werden regelmatig logohoog, echte fun waves. Hisa vertelt me dat het in de zomer regelmatig voorkomt dat de golven tot over masthoog worden,helaas waait het dan niet echt! De volgende dagen hadden we meerdere goede sessies op de spots rond Omeazaki. Ik voer het meest op de main break met mijn 75 liter boardje en 4,0 of 4,5. Door het relatief warme water had ik genoeg aan mijn 4/3 wetsuit, de buitentemperatuur schommelde rond de tien graden, schoentjes waren niet nodig. De winterperiode ziet veel lagedrukgebieden overtrekken, doordat de westenwind over het land komt wordt hij nog extra versneld door thermiek en ik was blij dat ik mijn kleine zeiltje mee had genomen. Wat me opviel was dat er een aardig grote actieve surfgemeenschap is in Japan. 40 mensen op het water was geen uitzondering en bijna iedereen vaart het laatste materiaal, er leek zelfs een kleine competitie aan de gang te zijn wie het meest crazy materiaal had: van felroze trapezes tot quad boards en custom zeilen… toch echt gadgetfreaks die Japanners!

Japanse overgave
Naar goede Japanse traditie waren de mensen zeer vriendelijk en gastvrij. Naast het laten zien van alle surfspots probeerden ze ons ook een begrip van hun cultuur bij te brengen. We bezochten tempels, aten rauwe vis en kregen een idee van de Onsen cultuur, waarbij baden in hete bronnen centraal staat. Onsen speelt een belangrijke rol in de Japanse way of life, met name om te ontspannen na een dag hard werken. Je wast jezelf grondig met een kleine handdoek en gaat vervolgens een paar minuten in een heet bad. Naderhand voel je als een baby, zeer ontspannen!

Mijn verblijf in Japan heeft mijn wereld opnieuw verbreed. Japanners staan op een bijzondere manier in het leven, als ze iets doen, doen ze het met volledige overgave en enthousiasme. De mensen zijn extreem beleefd, behulpzaam en open minded zolang je hun tradities respecteert. Het nadeel: hoe boos te worden op zulke vriendelijk lachende beleefde mensen? Toen me op de dag van vertrek op het vliegveld verzocht werd even 500 euro te betalen voor het meenemen van mijn spullen, kon ik weinig inbrengen en na een zeer geciviliseerde discussie besloot ik het maar gewoon te betalen. De prijs voor het onbekende? Het was het waard.