Op de Spelen in Londen is Dorian van Rijsselberghe (23) onze grote troef bij het windsurfen. De afgelopen jaren reisde de vrolijke Texelaar de wereld over op zoek naar de ultieme combinatie van noeste training en plezier. Op weg naar goud, maar niet zonder te genieten van de weg zelf.

Woord: Mart Kuperij, Beeld: Justin Nan, Richard Langdon, Dorian van Rijsselberghe

Als jongetje op Texel begon Dorian al vroeg met windsurfen. Met een vader en broer die fanatiek windsurften was het niet meer dan logisch. ‘Ik was een jaartje of acht toen ik begon, gewoon met beginnerlessen. We deden altijd mee met clubkampioenschappen, halve wind wedstrijdjes. Ik vond windsurfen gewoon leuk. Toen ik een jaar of dertien was ben ik Aloha gaan varen. Een jeugdklasse, samen met leeftijdgenootjes varen. Elk weekend gin-gen we naar wedstrijden toe. Ter Aar, Aalsmeer, Almere, noem maar op. Mijn vader heeft wat afgereden, dat is echt niet normaal.

Was jij zo’n kind van hele fanatieke surfouders?
‘Mijn moeder is altijd heel erg fanatiek, mijn vader iets minder. Ze hebben me altijd gesteund, maar nooit gepusht. Als jij je kind gaat lopen ‘grillen’ weet je zeker dat hij binnen een half jaar stopt met windsurfen. Af en toe advies geven, vragen stellen… Het was niet dat papa het altijd beter wist maar hij vroeg wel om de beredenering. Daar heb ik veel van geleerd. Toen ik een jaar of dertien was heb ik samen met hem uitgetypt wat ik wilde bereiken. Mijn doelen voor 2012: top 3 PWA world ranking, Olympisch kampioen haha. Die combinatie kan natuurlijk nooit, maar uiteindelijk is het best een goede voorspelling gebleken!’

Via de Aloha, Mistral, Bic Techno en Formula windsurfing kwam Dorian in 2005 uit bij de Olympische klasse. Het KNWV zag zijn talent en vroeg hem of hij met Casper Bouman en Joeri van Dijk (nu Passchier, MK) mee wilde trainen op de Mistral. ‘Dat leek me wel wat. Ik zat in die tijd net op het CIOS watersport in Heerenveen. Papa vond het best, als het maar vergoed werd. ‘Ik ga niet allemaal vliegtickets betalen, het is een investering, als je hem zo graag wilt, dan zorg je maar dat dat geregeld wordt.’

In de aanloop naar de Spelen van Peking verloren de Dutchies hun A-status, waardoor de ondersteuning grotendeels wegviel. ‘Ze vonden ons ‘high potential athletes’, maar we kregen geen fulltime coach meer. Dat is eigenlijk wel goed geweest voor ons. Het was de frisse herstart die we moesten maken. We kregen een auto zodat we zelf naar de wedstrijden toe konden rijden en bij de wedstrijden kregen we dan een event coach. Voor het WK in Nieuw-Zeeland van 2008 hebben we een paar weken getraind met oud wereldkampioen windsurfen en local Aaron McIntosh. Hij was een expert, hij kon ons helpen met dingen, kende de spot. Zo zijn we met Aaron, onze huidige coach, in contact gekomen.’

Tijdens de kwalificatie voor de Spelen van Peking bleek Dorian de aansluiting met Casper verrassend snel gevonden te hebben. ‘Het was denk ik best stressvol voor Casper. Hij won een halve nominatie in Hyères, maar bij het EK in Frankrijk werd ik ineens vierde en was ik helemaal gekwalificeerd. Omdat hij de nationale selecties had gewonnen had hij de voorsprong dat hij mocht gaan als hij zich ook kwalificeerde. Het ging eigenlijk altijd om Casper z’n Spelen, het hele jaar hebben we geprobeerd hem te kwalificeren. We waren ook geen concurrenten, we waren trainingspartners, dat ik er zelf zo dichtbij zat realiseerde ik me toen ook nog niet echt. Achteraf is het natuurlijk jammer dat ik niet naar de Spelen toe heb kunnen gaan voor ervaring. Dat was nu van pas gekomen.

Wat is jouw sterkste punt?
‘Mijn doorzettingsvermogen. Eén op één, mentaal erop inhaken en gewoon gaan tot ik erbij neerval. Om je een voorbeeld te geven: tijdens een race in Engeland voeren Nick Dempsey en ik op kop. Aan de wind, op het zwaardje. Het was telkens om en om tien seconden tot de max pompen, tot je helemaal gek wordt. Hij viel aan, ik verdedigde. Als je dan ziet dat hij niet meer kan en er zelf nog een keer overheen gaat, dat geeft wel een kick.’

Is dat vooral fysiek of juist een mentale kwestie?
‘Het is voor een groot gedeelte mentaal. Je moet heel veel horsepower hebben, maar uiteindelijk moet je er wel gewoon doorheen kunnen bijten, ook al kun je niet meer. En als je weet dat je beter kan pompen dan de rest, dan doe je dat gewoon.’

Train je nog veel op tactisch vlak?
‘Ja, alleen maar. Tactiek is puur dingen herkennen. Je ziet een windvlaag, je ziet de situatie. Je ziet de boei, de lijnen en je weet hoe je naar de boot toe moet komen. Het zijn patronen, dat kun je trainen. Het zijn meestal hele kleine details die het verschil maken. Om die nog meer aan het licht te brengen doen we dan ook races waar je niet mag pompen, of niet hard mag werken. Met lichtweer races is het makkelijker om te zien wat er goed of fout gaat. Je wordt gelijk afgerekend als je een verkeerde windvlaag pakt of wegdraait op het verkeerde moment, dan lig je ineens ver achter. Als de race klaar is bespreken we zulke momenten. Het is een soort bewustwording. Als je dit traint en daardoor situaties beter kunt herkennen kun je daar je voordeel mee doen.’

In welke omstandigheden vaar je het zelf liefst?
‘Het lekkerste vind ik rustig planeren, niet te hard, niet te zacht, maar dat is voor een hele hoop riders zo. Maar waar ik de meeste voldoening uit haal is als het een beetje ‘shifty’ en ‘gusty’ is. Dichtbij de kant varen, en dan net niet genoeg om te planeren maar wel genoeg om te power railen. Als je dan alle vlagen precies goed pakt… dat vind ik lekker. Als je in moeilijke omstandigheden goed bent maak je een veel grotere sprong dan in de makkelijke omstandigheden.’

Met overwinningen op het pre-Olympische evenement in Weymouth vorig jaar, het WK in Perth en Sail For Gold afgelopen juni in Weymouth lijkt Dorian de formule voor succes inmiddels wel gevonden te hebben. ‘Veel mensen vragen zich af wat we nou eigenlijk aan het doen zijn met ons groepje. Een Nederlander, een Nieuw-Zeelander en een Canadees, concurrenten voor Olympisch goud, die samen trainen! Maar juist daardoor zijn we in staat elkaar extra te pushen en zo een hoger niveau te bereiken. Ons programma is niet standaard. Maar waarom naar de sportschool om cardio te trainen als je ook een mooie mountainbiketour kunt maken? Ik denk dat we veel indruk maken op de rest, we winnen veel wedstrijden. Op de pre-Olympics van 2011 waren ik, mijn teammaatje JP Tobin en Nick Dempsey de enigen die races hadden gewonnen, voor de rest was niemand aan bod gekomen. Dan heb je toch een grote stap gemaakt.’

JP en Zac (Plavsic, MK) zijn je beste vrienden en tegelijkertijd grote concurrenten. Kunnen we nog wat haat en nijd verwachten als het straks om het echie gaat?
‘Nee joh, er is geen stress wat dat betreft. Je gaat ook na de wedstrijd even gezellig wat doen met elkaar. Het moet op het water gebeuren, dan is er strijd, maar daarna… Wat bereik je ermee als je jezelf gaat lopen opvreten? Helemaal niks, dat kost alleen maar energie. Ik heb echt het gevoel van fuck it: je hebt het op het water gedaan, je bespreekt het op de terugweg, ik hoef daar geen uren aan te besteden. Al het werk heb je van tevoren moeten doen. Als het niet lukt, heb je toen iets niet goed gedaan. En misschien heb je je dag niet, dat geeft niet, ga gewoon lekker door, morgen is een nieuwe dag.’‘De Spelen zijn het ultieme doel, maar het gaat mij echt om de hele weg ernaar toe. Jezelf ontwikkelen, dat is het belangrijkste. De medaille op de Spelen, als die er komt, is een dikke bonus, dat zou geweldig zijn. Maar de mensen die ik leer kennen, de unieke situaties waarin ik terecht kom, dat is eigenlijk veel meer waard. Het is paradoxaal: de eenzijdige focus op het goud maakt ook dat ik veel bijzondere dingen meemaak.’

Jij hebt niet vier jaar lang met oogkleppen op naar een doel toegewerkt.
‘Nee, zeker niet. Het is gewoon zo bijzonder dat ik met mijn beste vrienden dit mag doen. Want dat zijn het, het voelt als familie. Het is niet vanzelfsprekend dat wij mogen doen wat we doen. Mountainbiken in Nieuw-Zeeland, golfsurfen en suppen in Los Angeles… Wat dat betreft heb ik geluk met hoofdcoach Ian Ainslie. Ian ziet dat het me helpt als ik het op mijn eigen manier doe. Hij weet dat plezier belangrijk is en iemand opsluiten in een sportschool contraproductief is.’

Het klinkt nu alsof het alleen maar leuk is, vervloek je de trainingen nooit eens?
‘Ja, natuurlijk wel. Aaron en ik zijn de beste vrienden, maar als coach is hij ook heel serieus en gooit hij er af en toe goed de zweep over. Als ik maar wat loop te kutten twee uur lang, dan plakt ie er gewoon nog een uur aan vast. Het is heerlijk om te voelen dat het harde werken wordt beloond.’

Wat vind je het vervelendst? ‘
Als niks loopt en we blijven maar doorgaan. Ik vind eigenlijk alles wel best als ik maar aan het winnen ben. Zodra ik achteraan vaar en het gaat niet heb ik er zo’n pesthekel aan, dan kunnen ze me beter even met rust laten.’

Dorian combineert zijn fanatisme tijdens het varen met een zeer ontspannen, positieve houding aan de kant. Op zijn internetsite en Facebook-pagina zijn regelmatig grappige soundbytes en trainingsfilmpjes te vinden waar het plezier vanaf spat. Ook op tv wordt hij vaak afgeschilderd als relaxte surfdude. ‘Ik vind dat niet super chill, maar het is niet echt een keuze. Zo werkt tv. Je moet gewoon een leuke indruk achterlaten. Als ik dan in zo’n jasje word gestopt maakt het me niet zo heel veel uit. Je weet voor jezelf wat je bent. Aan de andere kant: zo ben ik, een grapje, een stemmetje, al dat serieuze gedoe daar word je toch ook een keertje moe van?’

Ik herinnerde me dat ik je zag bij Paul de Leeuw en wel vond dat je een beetje ondergesneeuwd werd.
‘Weet je wat het is? Het is niet live. Bij ons werd het een dag eerder opgenomen. In de show valt het allemaal hartstikke mee hoe Paul doet, hoe je wordt vernederd en gegrilld, maar ze knippen het zo dat de leuke lieve Paul er niet echt in zit. De aardige Paul die goed voor je zorgt en die geïnteresseerd is in het gesprek. Nou was mijn gesprek niet echt veel langer dan je op tv kon zien, maar je ziet gewoon dat Paul de Leeuw zo wordt neergezet. Het shockerende, daar kiezen ze voor.’

Droom je al van de Olympische races?
‘Nee, ik droom van kitesurfen tegenwoordig haha!’

Dit brengt ons gelijk bij dat hete hangijzer: de uitsluiting van windsurfen als Olympische discipline. Zeker is het nog niet, maar de kans is groot dat de races in Londen voorlopig de laatste worden voor de windsurfers. De RS:X-klasse heeft het af moeten leggen tegen de succesvolle lobby door de kiters en in Rio de Janeiro 2016 staat kite racen op het programma. ‘Dat het kitesurfen ooit Olympisch zou geworden was te verwachten, maar dat het ten koste moet gaan van het windsurfen vind ik nergens op slaan. Ik vind het heel sneu voor alle windsurfers die keihard aan het werk waren om ooit naar de Olympische Spelen te gaan. Alle energie die daarin is gestoken door surfers, de coaches en de ouders gaat nu verloren. De RS:X is misschien geen prachtige klasse, maar het doet het prima en er gaat naar behoren vrij weinig kapot. Het is zo gemaakt dat iedereen er een beetje op kan varen. Het gaat uiteindelijk om de atleet die erop staat, niet om de performance van het board. En natuurlijk is het geen prachtige Formule 1-klasse, maar in een zeepkist ga je ook prima de bocht door.’

Vind je het stiekem zelf niet leuker als het kiten wordt in Rio? Een nieuwe uitdaging?
‘Bijna wel ja. Vier jaar weer van hetzelfde is prima, dat kan ik best doen en ik denk dat het ook wel moet lukken, maar de uitdaging daarin is veel kleiner dan de uitdaging die het kiten zou geven. Kijk, voorop blijft staan dat het jammer voor de sport dat het niet meer Olympisch is. Er zijn wereldwijd 50 mannen en vrouwen die het kiteracen naar behoren kunnen. Maar de hoge heren denken: het ziet er wel spectaculair uit… Dikke mannen in grote boten, die geen verstand hebben van zeilen. Ze hadden er net zo goed even zo’n zeilklasse uit kunnen flikkeren, dan hadden ze ook kitesurfen kunnen hebben. Maar dat is nostalgie, dat gooien ze er niet uit.’

Terug naar waar het allemaal om te doen is: het Olympisch windsurfgoud. De laatste paar weken voorafgaand aan en tijdens de Spelen verblijft Dorian met de hele Olympische zeilploeg in een groot huis in Weymouth, waar ook de races gehouden worden. De ‘wolf pack’ van JP, Zac, Aaron en Dorian is voor even verbroken. ‘Ik en Aaron hebben daar een los appartement, boven ons zit Marit Bouwmeester met haar coach, dus we hebben wel wat meer privacy. Aaron en ik trekken gewoon superveel met elkaar op. Op de Spelen zijn we ook niet met JP en Zac, maar met de Nederlandse vertegenwoordigers. Nou ja, we zitten allemaal binnen een straal van 500 meter, dus we zien elkaar nog wel.’

Wat is er voor nodig dat jij straks goud wint?
‘Alles moet op zijn plek vallen. Je moet goed fit zijn, je moet niet nog even verkouden worden, je moet mentaal alert en fris zijn zodat je volledig kunt focussen. Zoals het nu allemaal gaat is het supergoed. De focus begint weer te komen, ik kan alles om me heen afkoppelen en loslaten. Als ik thuis ben probeer ik zoveel mogelijk met mijn vrienden te doen, maar zodra ik in het vliegtuig zit, is de rest van mijn leven eventjes verdwenen. Dan concentreer ik me alleen nog maar op een paar boeien. Gek dat je daar zo gelukkig van kunt worden.’ •