Maarten van Ochten (25) wilden we al een tijdje interviewen. Door verschillende omstandigheden, waaronder een blessure, kwam het er niet van. Tot afgelopen winter. We troffen de sympathieke Brabander in het Braziliaanse Jericoacoara, de bekende overwinterplek voor freestylers. Daar vonden we temidden van zijn drukke trainingsschema en uren achter de schoolboeken een rustig moment voor een diepgaand en eerlijk gesprek.

Woord: Mart Kuperij & Marcelino Lopez Beeld tot en met ontwerpen, Julian Schlosser, John Carter, Stephan van der Sloot, Maarten van Ochten

De eerste meters op een windsurfboard maakte Maarten toen hij een jaar of zeven was op het Zilvermeer in België, niet gek ver van het dorpje waar Steven van Broeckhoven woont. Hij raakte verslaafd en al snel was hij een ware surfnerd die al het materiaal uit zijn hoofd kende: ‘Alle maten, alle prijzen. Ik las alle blaadjes stuk en draaide video’s grijs. Dat komt denk ik ook omdat ik niet zo vaak kon surfen als ik wilde. Ik woonde in Prinsenbeek en was afhankelijk van anderen om me te brengen.’ Maartens eerste surfsucces kwam op zijn vijftiende. Op een afgetrapt, gaar setje won hij de Young Guns of Freestyle. ‘Ik had een beschadigde, half lekke Mistral Score met kapotte voetbandpluggen, een afgezaagde mast die eigenlijk uit twee verschillende masten bestond en een giek die op het punt stond te knappen. Vooral die pluggen waren erg, ik moest houtjes in mijn board prikken zodat er geen water in kwam. Op een gegeven moment stonden mijn voorste voetbanden bijna parallel aan de rails haha. Daar sta je dan tussen al-lemaal gasten die trailers vol met het nieuwste materiaal hadden. Maar ik won wel! Dat gaf vertrouwen.’

Het gaf hem ook energie en drive om zich te meten met de beste freestylers ter wereld. Hij stortte zich meer en meer op het windsurfen. Dat had ook een andere functie; behalve dat hij verliefd was op de sport, kon hij de afl eiding die het gaf goed gebruiken. Niet alles in zijn leven was rozengeur en maneschijn, zo had Maarten behoorlijk wat moeite met de scheiding van zijn ouders en de verhuizing die daaruit volgde. ‘Het had veel impact. Je hebt toch het gevoel dat een belangrijke basis wegvalt. Een echt thuis. En mijn ouders zijn niet helemaal in vrede uit elkaar gegaan. Dat maakte het lastig. Nu gaat het wel, al hebben ze weinig contact.’

Ondanks dat Maarten het de eerste jaren van de middelbare school zwaar had, was hij een goede student. Tijd genoeg dus voor andere bezig-heden. ‘Ik was geen rebel of zo, maar wel een echte puber. Een beetje de pyromaan uithan-gen, autorijden zonder rijbewijs… Een vriend van mij, Johannes, had een hele vrije opvoeding. Hij mocht echt alles, dus dat deden we dan ook. Maar ik leerde snel van mijn fouten. Met alcohol bijvoorbeeld: ik ben een keer zo zat geweest, ik was een jaar of dertien, echt de meest genante situatie. Ik was gewoon echt stomdronken. Het kwam overal uit, ik lag in mijn slaap te crepe-ren. Ik moest ook echt in de gaten gehouden worden. Ik heb daar zoveel van geleerd, ik schaamde me dood. De grootste kater ooit en mijn ouders waren ook niet zo trots op me.’ Drugs? ‘Nee, dat heeft mij nooit geïnteresseerd. Vrienden van mij begonnen allemaal te roken en te blowen. Ik had dat niet nodig, ik denk dat ik de kick gewoon uit het windsurfen haalde.’

SURF SABBATICAL
Maarten kwam pas echt in zijn sas toen hij in 2005 naar Aruba ging voor een surf sabbatical. Dit had overigens nog wel wat voeten in aarde, want zijn ouders wilden hem niet zomaar laten gaan. ‘Mijn droom was om ooit een keer aan een PWA wedstrijd mee te doen en ik wilde heel graag gaan trainen in het buitenland, maar dat vonden mijn ouders niet zo’n goed plan. Er waren toch zorgen over waar deze onzekere weg naartoe zou leiden en of ik het studeren nog wel op zou pakken. Maar om na een studie pas je sport volledig op te gaan pakken was ook geen optie voor mij, het was nu of nooit! Uitein-delijk ben ik toch eerst naar het CIOS gegaan in Breda, dat ging me vrij gemakkelijk af. Toen ik op een gegeven moment gemiddeld een 8,5 stond heb ik mijn ouders gevraagd of ze me nu eindelijk wilden laten gaan, en ze gaven toe!’

Echt goed freestylen leerde Maarten dus op Aruba. Niet alleen freestylen trouwens, hij kreeg er ook zijn eerste echte positieve ervarin-gen met de zee. ‘Ik was altijd focking bang op zee! Mijn vader had me altijd wel op de gevaren gewezen, het feit dat je mogelijk kon verdrin-ken. Goed natuurlijk, maar dat had er bij mij wel aardig ingehakt. Stroming, het feit dat ik niet zo goed kon waterstarten… Maar het voornaamste was misschien wel dat mijn materiaal kapot kon gaan, dat vond ik er het meest klote aan. Ik had maar één mast, board en zeil en als je dan op zee gaat en het gaat kapot, wat dan? Dan hield het surfen voor mij op.’

De angst voor de zee was in Aruba helemaal voorbij, zijn keuze voor het Caribische eiland had zelfs met de golven te maken. ‘Ik koos bewust voor Aruba. Bonaire vond ik iets te soft als windsurfspot, en van Aruba had ik begrepen dat je af en toe golfjes kan hebben. Daarnaast kon ik daar werken bij surfcenter Vela op Fisherman’s Huts, waar ze je veel tijd geven om zelf te surfen, ideaal. Als de swell goed is heb je daar echt lijnen van twee, drie meter lopen. Daar kun je alles op doen.’ Waar voelt Maarten zich tegenwoordig het meest thuis: vlakwater of golven? ‘Ik vind de combi-natie heel vet, vlak water én golven. Daarom baal ik ook behoorlijk dat het PWA freestyle evenement op Lanzarote dit jaar niet door-gaat. Naar buiten vet jumpen en naar binnen toe technische freestylemoves doen. Voor mij is dat de ultieme worldcup spot.’

VOORZICHTIG OF VOLUIT?
Om mensen te begrijpen moet je soms hun achtergrond kennen. Dan snap je ook hun tegenstrijdigheden. Maarten lijkt ook twee gezichten te hebben. Hij komt over als een po-sitieve, blije vogel die zijn sport ten volste ge-niet. Vooral op het water zie je dat hij helemaal rij is, en zich zonder enige terughoudendheid in allerlei ingewikkelde moves stort. In het gesprek zelf is hij daarentegen bedachtzaam, voorzichtig en correct. Alsof hij zijn woorden continu monitort, en niemand tegen de borst wil stuiten. Op de vraag of dat een reden heeft reageert hij – zoals verwacht – voorzichtig. ‘Dit is wel echt persoonlijk… maar oké de dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan. Het heeft wel een reden ja. Een aantal jaar nadat mijn ouders uit elkaar zijn gegaan kreeg mijn vader een nieuwe vriendin, en daar had ik niet bepaald een goede band mee. Ik moest heel erg op mijn hoede zijn, en ze heeft vaak mijn woorden tegen me gebruikt. Er zitten altijd meerdere kanten aan een verhaal, maar haar komst heeft in het leven van mij en mijn zussen wel wat kapot gemaakt. Ze heeft in mijn ogen behoor-lijk tussen de relatie tussen mij en mijn vader ingestaan. Dingen verdraaid, onwaarheden ver-teld en dat heeft relatieschade gegeven. Een vertrouwensbreuk die behoorlijk wat impact heeft gehad. Het heeft trouwens wel de band tussen mij en mijn zussen versterkt. Aan elk naar verhaal zitten ook positieve kanten.’Omstandigheden maken de mens. Of het te maken heeft met de mindere ervaringen in zijn leven weten we niet, maar Maarten lijkt een bescheiden mens. Geen braller die te koop loopt met zijn talent. ‘Weet je, ik hoef niet zo nodig… waarom zou ik als een soort clown op het strand lopen, met een grote bek en op het water mis-schien wel oké varen. Ik zou me dood schamen. Voor mij telt echt wat je op het water presteert. Behandel iedereen met respect en ga niet rond-lopen met een air van ik ben de beste.’

MAARTEN WORDT PRO
Het echte presteren kwam voor Maarten in 2008, toen hij zijn eerste echte ervaring opdeed in het internationale wedstrijdcircuit. De worldcup in Podersdorf, EFPT evenementen in Turkije en Griekenland en vervolgens de PWA in Fuerteven-tura. ‘Dat is waar ik echt veel wedstrijdervaring op heb gedaan. Weet je waarom? Omdat er daar gewoon echt drie dubbele eliminaties werden gevaren. Ik was knetterzenuwachtig toen, niet normaal. Het was zelfs zo dat Martin Brandner (de baas van JP, red.) naar me toe kwam van joh enjoy, je hebt niks te verliezen!’Hoewel Maarten dat jaar op het water een duidelijke statement maakte, moest hij aanvan-kelijk zelf achter goede sponsors aan. ‘Ja, daar ben ik zelf knetterhard achteraan gegaan! Het was voor mij echt noodzaak, het geld raakte ook op. Ik wilde het beste materiaal hebben. Kevin Mevissen was zo goed toen en natuurlijk Ricardo Campello. Die hadden JP/NeilPryde, dat was eigenlijk de reden dat ik dacht dat moet het gewoon zijn. Ik had er al een paar keer mee gevaren en merkte meteen dat ik progressie maakte. De boards waren toen superveel lichter dan alle andere boards. Vanaf de zomer van 2008 maak ik onderdeel uit van het internationale team.’

Maarten is inmiddels een echte professional. Hij kan leven van zijn passie, al houdt het niet over. ‘Als je het vergelijkt met een normale job… je hebt een salaris en je krijgt er veel naast, maar het blijft rondkomen. Gelukkig heb ik naast mijn windsurfsponsors ook een leuke overeenkomst met Laroche-Posay van L’Oreal. Dat geeft me net wat meer financiële ruimte, maar het is niet zo dat als je klaar bent met windsurfen je echt wat opgebouwd hebt. Ik kan een beetje sparen, maar veel is het niet.’

SCHADUWKANT
Na in 2010 als negende te zijn geëindigd op de world tour zag het er goed uit voor Maarten. Accommodatie bij elke worldcup, een betere seeding… de weg naar de top lag open. Totdat het ruim een jaar geleden fout ging in Zuid-Afrika. In aanloop naar de eerste worldcup in Vietnam was Maarten aan het trainen toen hij bij een hard gelande dubbele forward zijn knie beschadigde. Het resultaat: een diepe compres-siefractuur, een botkneuzing aan zijn bovenbeen en een mediaal en licht lateraal gescheurde meniscus. Na de nodige tests en second opini-ons kwam Maarten uit bij de dokter die ook ki-teboarder Ruben Lenten hielp bij zijn blessures. ‘Ik had me er al op ingesteld: dit wordt kut, een maand, misschien twee eruit. Ik kon Vietnam missen, dan had ik een discard en kon ik de rest vol varen. Die man zei: ‘Ga even zitten, ik heb nog even gekeken… jij gaat helemaal niet snel varen. De eerste keer dat je op je board kan gaan staan is over vijf maanden.’ Dat was een behoorlijke klap in mijn gezicht. Maar goed, hij had ook helemaal gelijk bij Ruben Lenten. Ik ben gelijk terug naar Nederland gegaan om geopereerd te worden.’

Het is de nachtmerrie van elke pro. Ben je eindelijk een beetje naam aan het opbouwen, boem, na één ongelukkig moment ben je weer terug bij af. Opnieuw op je benen leren staan, hopen dat je weer op je oude niveau komt. Hoe ging Maarten daarmee om? ‘Het viel al met al nogal tegen, het duurde toch langer dan ik gehoopt had. Ik deed vijf keer in de week hersteltraining van drie uur, ik ben zelfs op een speciaal dieet gezet puur om te zorgen dat ik het aankon, dat ik niet superslap werd. Ik voelde me vet klote, ik wilde gewoon varen. Uiteindelijk ben ik in juli tien dagen naar Aruba gegaan voor hersteltraining. Gewoon echt leren freeriden, op een board staan.’

Was hij niet bang dat hij zijn sponsors kwijt zou raken? ‘In het begin niet, ik had een beetje de illusie dat ik snel zou herstellen. Maar na een tijdje vond ik het toch wel spannend, vooral de laatste paar maanden. Je zegt elke keer dat je hoopt mee te gaan doen, maar je kan het gewoon niet versnellen. Ik heb ze altijd laten weten hoe de status was, hoe het ervoor stond. Meer kon ik niet doen. Ik wil natuurlijk het al-lerbeste voor mezelf en wat goed voor hen is. Ik heb er zoveel mogelijk naast gedaan: testevents, promotiedingen, alle foto’s die ik had naar alle magazines sturen, mijn website geregeld, alles om zo goed mogelijk te kunnen functioneren. Aan de andere kant: voetballers worden ook dik betaald, die krijgen ook blessures, dat is ook het risico van de sponsor.’


ANGST VOOR DE COMPETITIE?
We belichten in de bladen meestal de zon-nige kant van het pro-bestaan, maar het moge duidelijk zijn: het leven van een pro kan ook hard zijn. Je moet constant alert zijn, op de top van je kunnen presteren en elk verkeerd ingeschat risico kan betekenen dat je uit de race bent. Dit leven is niet voor iedereen weggelegd. Zeker bij freestyle is de competitie moordend: naast de huidige toppers Gollito Estredo, Kiri Thode en Steven van Broeckhoven zijn er overal ter wereld ochies die wij nog niet eens kennen, die alles wat de huidige lichting pro’s doen ook al kunnen, maar wel tien jaar jonger zijn. Maarten is momen-teel 25, is hij niet bang dat de rek er binnenkort alweer uit is en hij het niet meer kan bijbenen? ‘Lichamelijk is 28 de top hè, ik ben net 25 en voel me echt totaal nog niet alsof de rek eruit is. Ik denk dat het gemiddelde in de PWA freestyle iets jonger is dan ik, maar er zijn ook genoeg gasten die ouder zijn. Steven is ook anderhalf jaar ouder. Maar er komt inderdaad echt een nieuwe gene-ratie aan, dat is niet normaal. Ik denk dat het hetzelfde wordt als dat destijds ineens Nik Baker en Josh Stone werden verslagen door Ricardo Campello. Maar ik moet ook zeggen, jongens die we gezien hebben in Camocim, Brazilië zijn nu nog niet allround genoeg, die moeten echt in de golven gaan trainen. Als ze dat ook nog kunnen, dan gaat het echt heel hard.‘Het is net als bij Kiri. Als hij niet naar het bui-tenland gaat om in de golven te trainen wordt hij geen wereldkampioen. Dat vind ik lullig om te zeggen maar het is zo. Technisch is hij veruit de beste, wat hij doet is ongelooflijk. Hij doet geen air bob, hij doet een backwind forward, niet normaal hoe hoog, en ook nog eens met weinig wind. Maar als er maar één golfje is legt hij het af. Op Lanzarote een paar jaar terug moest hij tegen Antxon Otaegui. Die doet een dubbelloop naar buiten en wat basismoves naar binnen en vaart Kiri eruit. Terwijl Kiri veel ingewikkeldere moves kan. Als hij een paar echte jumps kan is hij denk ik onverslaanbaar, dan ligt het niet meer aan de events of hij wereldkampioen kan worden.’

(VRIENDSCHAP MET EEN WERELDKAMPIOEN)
Maartens maatje Steven van Broeckhoven is al wereldkampioen en vaart sinds dit jaar ook voor JP en Pryde. Ze zijn nu dus teammaatjes. Ziet hij dat niet ergens ook als een bedreiging? ‘Welnee, ik zie het meer als stimulans, ik word er zelf een stuk beter door. En nog belangrij-ker: het is gewoon leuk. Door samen te reizen wordt dit leven zoveel relaxter. We kunnen ook goed testen samen: we wegen evenveel, varen met dezelfde spullen. Voor mij is het ideaal, ik kan heel veel van hem leren. Wat ik zo cool vind aan hem… hij laat zich niet leiden door anderen. Iedereen vond het dom dat hij vroeger wanneer het niet waaide met een windskater ging pielen, of met lichte wind toch gewoon ging varen. Al die gasten zaten ons aan de kant een beetje uit te lachen, dat was niet stoer genoeg. Maar stiekem leer je dan knet-terveel, echt wel!’

Omgaan met een wereldkampioen heeft vast ook invloed op hoe je denkt. Denkt Maarten dat ie zelf ooit wereldkampioen kan worden? (Lan-ge pauze) ‘Ehm… nee, ik denk het niet. Ik wil wel graag een keer een event heel goed doen. Een topklassering halen. Maar wereldkampioen zit er nog niet in. Of dat erin gaat zitten weet ik nog niet, het moet ergens wel je doel zijn denk ik. Voor dit jaar is mijn goal top tien, het is niet realistisch te zeggen dat ik wereldkampioen word. Maar we zullen zien in de toekomst.’

STREBERTJE
Hoewel hij zijn kansen op de wereldtitel rea-listisch en klein inschat, herkent hij zichzelf in het label ‘streber.’ Hij doet het graag goed, of helemaal niet. ‘Wat ik doe, wil ik goed doen. Daar krijg ik voldoening van. Er zijn ook tijden geweest dat ik daarin wat lakser was, maar toen ging het ook niet zo lekker met me. Dus meestal als ik dingen goed doe, gaat het ook lekker met mij, dan voel ik me beter.’

Dan hopen we maar dat ie zich erg goed voelt, want hij doet op dit moment ook een studie commerciële economie en sportmarketing aan de Johan Cruyff University (JCU) in Amster-dam. Terwijl de concurrentie zich bij wedstrij-den vermaakt met Facebook en rondhangen zit Maarten regelmatig met een studieboek op schoot. Wordt dat geen half werk? ‘Ik heb me-zelf de eed afgelegd dat wanneer het mogelijk was ik een combinatie zou doen van beide. Ik wilde niet dat mijn studie invloed zou hebben op mijn prestaties in mijn sport en dat heeft het niet gedaan. Ik denk dat mijn studie aan de JCU me zelfs geholpen heeft om er achter te komen hoe dingen aan te pakken in het windsurfen.’

De capaciteit van Maarten om verschillende werelden met elkaar te verenigen is bewonde-renswaardig. Goed organiseren, zelfdiscipline aan de dag brengen en op het juiste moment kunnen focussen zijn eigenschappen die hij behoorlijk goed onder de knie heeft. Lastig in een wereld die vooral gedomineerd wordt door vrijbuiters en de grilligheid van de natuur. ‘Als ik het vergelijk met andere sporten is er veel minder structuur in onze sport en ben je veel tijd en energie kwijt om dingen uit te zoeken. Het inplannen van events, inschatten wan-neer ze plaatsvinden, wanneer je kan trainen en ergens heen kan vliegen. Een beetje weten waar je aan toe bent, dat zou zoveel makkelijker zijn, dan kun je zoveel beter trainen. Daar kan ik me af en toe wel over opwinden: dan ben je een ticket aan het boeken en wordt er weer iets gecancelled. Daarom betaal je ook elke keer de hoogste prijs voor de tickets, het zijn altijd de laatste! Andere sporters op de JCU kunnen zich veel meer focussen op training en wedstrijden. Niet dat zij minder hoeven te doen want ze heb-ben vaak een bikkelhard schema, maar ze weten wel waar ze aan toe zijn.’

Maarten kan er verder niet al teveel mee zitten. Hij vindt zijn leven top. Zeker nu hij met zijn maatje Steven de wereld rond kan vliegen, op zoek naar wind. ‘ Dit is mijn ideale leven. Jezelf meten tegen de besten van de wereld, je eigen niveau in trainingen en wedstrijden pushen, het landen van nieuwe trucs, dat geeft een kick. Je angst overwinnen, bij verschillende situaties, het ontwikkelen en testen van materialen, mensen enthousiasmeren over de sport en dit met hen delen.’

Denkt Maarten de windsurfpro nog wel eens terug aan de Maarten met de Mistral Score met houtjes bij de voetbandpluggen, het jochie dat de zee niet opdurfde uit angst zijn spullen te slopen? ‘Natuurlijk! Als je dat niet doet en het allemaal normaal wordt is het niet goed. Ik heb een berg materiaal, krijg alweer nieuwe boards terwijl mijn oude er nog perfect uit zien, kom thuis van een trip en dan ligt mijn nieuwe kleding van Oxbow alweer klaar. Te gek toch? Kijk, het is niet alsof ik er niks voor hoef te doen, als ik zou gaan werken krijg ik ook een salaris, maar af en toe denk ik wat een luxe! Ik kan daar echt wel van genieten. Maar het komt niet uit de lucht vallen, daar moet je echt wel voor werken.’ •