Bijna 4,5 miljoen airmiles achter mijn naam met trips over de hele wereld, maar nog nooit was ik in Canada geweest. Niet dat ik er niet heen wilde; het stond al lang op mijn lijstje, maar telkens kwam het er niet van. De PWA world tour, reisjes naar meer voor de hand liggende exotische windsurflocaties… er was altijd wel een ander reisdoel dat zich aandiende. Tot nu. Met het Pistol River evenement van de American Wave Tour achter de rug was het tijd op op zoek te gaan naar wind en golfen in The Great Northwest.

Woord: Kevin Pritchard Beeld: Brian Caserio, Johannes Neumann

Het meest voor de handliggende stukje Canada om aan onze wensen te voldoen was Vancouver Island. Dit dik 2000 vierkante kilometer grote eiland (454 km lang, 100 km breed) is het grootste eiland aan de westkust van Noord-Amerika, en ligt vlak voor de kust van het vasteland van de provincie Brits-Columbia in Canada en – handig voor als we heimwee zouden krijgen – de Amerikaanse deelstaat Washington. Op het eiland wonen ongeveer 750.000 mensen, aangevuld met wat zwarte beren, poema’s en wolven. Kortom: avontuur!

Het idee lag er, het eerste puntje op de lijst was nu het samenstellen van een goede travel crew. Graham Ezzy was de eerste die de trip zag zitten, daarna volgden Ruben Lemmens, een goede vriend van me uit Californië, de uit Kansas afkomstige Russell Faurot die ik ken van Maui en natuurlijk ik zelf. Met Brian Caserio als vaste fotograaf en Johannes Neumann als onze onbevreesde waterfotograaf was de crew compleet en vanuit het zuiden van Oregon trokken we noordwaarts richting het nieuwe beloofde land. Onze eerste stop was Cape Sebastian en hoewel we nog maar amper op weg waren begon de actie gelijk. Als je op een nieuwe spot vaart is er altijd een soort learning curve. Je checkt de omstandigheden, kijkt hoe ver je het kan pushen, wanneer je down-the-line moet, hoe de stroming is… Of het aan zijn helm lag of niet, voor Graham was de curve meer een rechte lijn omhoog. Ondanks dat er niemand anders uit was, ripte hij de voor hem onbekende de golven alsof hij er dagelijks voer, waardoor wij ook gepusht werden het achterste van onze tong te laten zien. Het was niet echt groot of heftig en ik pakte wat lekkere golven. Het enige wat me nog enigszins deed inhouden was de ongelooflijke kou: bij elke wipe-out kreeg je gratis brainfreeze en rillingen over je rug. Het zorgde ervoor dat we nog meer dan normaal onze moves wilden staan.

De spot was epic voor down-the-line golfrijden en het maken van mooie kleine smacks. Ik was een beetje underpowered op mijn 4,2 maar kon toch wat dikke lippen schoppen. Ook Ruben was lekker bezig, je kon duidelijk zien dat het varen met iemand als Graham hem motiveerde zijn grenzen op te zoeken. Graham was onder-tussen bezig zijn curve nog wat steiler te maken en landde een enorm goiter recht voor mijn neus. Ik wilde hem van repliek dienen maar had enkel wat oldskool one handed tweaks en lipsmacks, ook leuk. Ik moest een stapje hoger maar met de ondergaande zon en de steeds lichter wordende wind zat het er gewoon niet meer in. In de lichte avondwind ging Russ nog voor wat jumps en flips en eenmaal donker pakten we onze spullen op om nog wat verder noordwaarts te rijden, we waren tenslotte nog maar amper verwijderd van ons beginpunt.

Het nut van een kitepomp
We reden richting de bergen om te kamperen. Terwijl we omhoog reden over de bergwegen was zelfs in het donker nog te zien hoe mooi het hier was. Prachtige bomen omcirkelden onze kleine geheime kampeerspot, allerlei hikes en trails lagen kriskras verspreid over het landschap. We installeerden ons tentenkamp en probeerden een vuurtje te stoken. In een regenwoud, good luck with that one! Het zou de avond worden dat deze groep windsurfers voor het eerst het nut van een kitepomp ondervond, en met de pomp wisten we het zwakke vuurtje aan te houden tijdens de avond. Op het AWT evenement in Pistol River hadden we een fust bier mee weten te jatten, dat we openden en soldaat maakten. Terwijl het bier vloeide, vloeiden ook de verhalen, nieuw en oud. Ik vertelde nog maar eens de anekdote van mijn trip naar Tahiti met Jason Prior, waar we een paar parelduikers redden van de verdrinkingsdood in de masthoge golven, Graham vertelde over de herkomst van zijn helm en Johannes refereerde aan het nut van het inhouden van je plas als waterfotograaf. Plotseling hoorden we geritsel in de bosjes. Een beer? Een paar poema’s? Een roedel wolven? Of erger nog: een groep rednecks die ons zouden omleggen? Onze angst bleek ongegrond; ons ‘geheime kamp’ was ontdekt door groep dronken tieners op zomervakantie. We besloten ons bier met ze te delen en gelukkig kregen we ook wat van ze terug: kurkdroge pallets, waardoor ons lullige kitevuurtje in no time uitgroeide tot een waar paasvuur. Ik vraag me nog af hoe gelukkig ze zich gevoeld moeten hebben om in de middle of nowhere een zwak vuurtje met fust aan te treffen. Zo gingen zij van expeditie voor een paar sixpackjes bier naar meer bier dan ze ooit konden drinken en hadden wij het goed warm: een mooie deal. Het moet gezegd: toen ik eenmaal veilig in mijn tent lag hoorde ik nu en dan wat kotsgeluiden; tieners en bier, altijd prijs.

Toen waren er nog maar twee
Na de goede sessie op Cape Sebastian bleek de wens om naar Canada te trekken – toch nog zo’n 600 kilometer rijden – toch wat minder gewild voor onze crew en zo bleven alleen Johannes en ik over om de stap naar het noorden te zetten. Een kleine tegenvaller, maar we gingen ons er niet door uit het veld laten slaan en na vijftien uur aan autoritten en boottochten kwamen we aan in Victoria op Vancouver Island. Ik had geen idee hoe groot Canada was, laat staan Vancouver Island. Ik woon alweer een tijdje op Maui, en als ik eiland denk, denk ik een plek die klein is en waar je snel van de ene naar de andere kant kan reizen. Hoe lang kan het duren om een eiland te omkruizen? Toen ik erachter kwam dat het in dit geval vijftien uur bedroeg werd duidelijk dat we een andere oplossing moesten zoeken voor onze spot search.

Terwijl ik de kaart bestudeerde op zoek naar een bestemming en een plan, kreeg ik de gouden email van een Canadese vriend uit Maui. ‘Hey, Tom hier, ik hoorde dat jullie op Vancouver Is-land zijn, ik heb een Mooney 252 Turbo vliegtuig en zou jullie graag het eiland laten zien. Ik kan je alle windsurfspots aanwijzen, my pleasure!’ Oh yeah, eindelijk hadden we het geluk aan onze zijde! Bovenaan ons verlanglijstje stond de spot Tofino, en toen we Tom ontmoetten op het vliegveld van Victoria, de grootste stad van het eiland, was dit dan ook het eerste wat we bij hem neerlegden. ‘Dat is ongeveer acht uur rijden vanaf hier, maar ik vlieg jullie er in drie kwartier heen, no biggie!’ Met een glimlach van oor tot oor laadden we onze spullen in het vliegtuig en off we went.

We kregen de grand tour, vlogen over regenwouden, prachtige heuvels, een te gekke plek om te windsurfen genaamd Nitnat Lake, over een eilandengroep behorende bij het Pacific Rim National Park Reserve, door de Straat van Juan de Fuca om vervolgens uit te komen bij Tofino.

Stel je Tofino voor als het einde van de westkust: bomen, natuur, pure rauwe schoonheid. Het deed me denken aan Baja in Mexico, maar dan wat kouder en meer modern. Een ongerepte kustlijn met bijna geen habitats. Geen beren ook zo bleek na een korte inspectie, en gelukkig maar. Helaas was de swell die ons op de Cape nog zo lekker in haar ijzige greep gehouden had verdwenen, en op een paar kleine golfjes na was het vlak. We besloten toch te landen en na een korte golfsurfsessie in de minigolfjes en een ontdekkingstocht in het dorpje vlogen we met de Mooney langs de kust terug naar het zuiden, op zoek naar wind. Vlakbij een plaatsje genaamd Jordan River vonden we waar we naar zochten. Klein probleempje: geen plek om het vliegtuig aan de grond te zetten. Dit betekende dat we er de volgende dag alsnog met de auto heen zouden moeten, back to reality! We zakten verder af in de richting van Victoria, waar we overheen vlogen net toen de zon onder ging. Goed voor een paar mooie foto’s, een mooie herinnering aan deze geweldige tour.

Toch nog het water op
De volgende dag reden we al vroeg terug naar Jordan River, de dichtstbijzijnde wavespot van Victoria op ongeveer twee uur rijden. Gelukkig voor ons voegde tourguide Tom zich bij ons, waardoor we ook met de auto zonder enige problemen de mooiste plekjes wisten te vinden. Toen we aankwamen was de wind volle bak aan het blazen, het enige wat ontbrak was onze slalomsetjes. Gelukkig bleek Tom niet alleen een goede tourguide, hij had ook nog wat slalomgear in zijn truck. Ik maakte een paar rakjes op mijn wavegear, pushte de snelheid op het slalomsetje en terug aan de kant werd het onder het genot van Canada’s beroemde ‘lager’ bier alsnog een mooie dag.

We bleven nog een paar dagen in Canada om vervolgens weer zuidwaarts te gaan, terug naar het grote moederland. Het mooie van reizen is dat je altijd wel iets tegenkomt dat je niet verwacht. Hoe je hiermee om gaat bepaalt hoe de trip in je gedachten blijft. De dikke swell en side-offshore wind waarover ik fantaseerde werd ingeruild voor een ander soort rauw natuurschoon, en hoewel het niet was waarvoor we kwamen blijven de beelden voor altijd op onze netvliezen gebrand. O Canada!