‘Voor burgers van westerse landen geldt een verhoogd risico op aanslagen en ontvoeringen … zo bestaat het risico op terreuraanslagen met een islamitische achtergrond, die in het bijzonder op buitenlanders gericht kunnen zijn. Ook terroristische acties door Al Qaida op Marokkaans grondgebied kunnen niet worden uitgesloten.’ De reis- en veiligheidsadviezen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in Marokko klinken alarmerend. Een paar dagen geleden liep ik nog met 11 duizend mensen door de straten van Kiel om een lans te breken voor de multiculturele samenleving. Ik bedenk me dat het belangrijk is verder dan het blikveld van het westen te kijken, doe alsof ik de adviezen van het ministerie nooit heb gelezen en boek twee tickets naar het zuiden.

Al Qaida & aladdin_1_2016Ik zit in het vliegtuig naar Marokko, officieel Almamlaka al-Maghribīya genaamd, letterlijk ‘Het Land van de Zonsondergang’. Als ik een paar dagen geleden tegen de islamisering van het westen zou hebben betoogd, zou ik nu in de war zijn. Na de enerverende rit van de luchthaven in Marrakech naar de Marokkaanse kust valt alles op zijn plaats. Aan de horizon zinkt de rode bal in de koffiebruine oceaan. Mijn world cup-collega Boujmaa Guilloul verwelkomt me hartelijk en verbaasd: ‘How did you find my house?!’ Hij had me alleen verteld dat hij in Moulay woont, een klein vissersdorpje ten noorden van Essaouira. Hoewel ik een gedetailleerde kaart had, bestonden veel van de aangegeven wegen niet meer of waren ze zo onbegaanbaar dat de niet al te trouwe banden van onze auto geen sjoege gaven. ‘You even took the shortcut. Without a 4×4 – no way!’ Toen naast de zon ook het balkje van onze benzinemeter achter de horizon dreigde te verdwijnen, begonnen mijn vriendin en ik ons al te verzoenen met een nachtje slapen in onze Dacia. Ons geluk wilde dat het Marokkaanse nachtleven niet plaatsvindt in clubs of bars, maar midden op straat. Zelfs op de meest verlaten stukken weg doken tussen de bosjes en struiken mensen op om ons te helpen op onze zoektocht naar hun bekende streekgenoot. Deze avond zou niemand ons ontvoeren, en worden we ondanks de grote taalbarrière netjes bij Boujmaa voor de deur gedropt.

Al Qaida & aladdin_5_2016

De volgende dag begint vroeg, onze gastheer zegt dat er wind en vooral ook golven zijn op een spot een paar uur ten zuiden van zijn huis. Een spot waar hij naar eigen zeggen nog nooit op het strand terugkeerde zonder iets te hebben gebroken – de laatste keer een stuk van zijn tand. Ik ben benieuwd en licht gespannen, terwijl ik probeer om zijn zwarte pick-up door het ruige en dorre kustlandschap van Marokko te volgen. Opnieuw bewonder ik de Dacia om zijn standvastigheid. Niet veel later wens ik dat mijn voeten dezelfde anti-lek-rij-kwaliteiten hadden. Ik wacht op een pauze tussen de sets om naar buiten te varen en de eerste zee-egel boort zich in mijn hiel. Na een korte voetoperatie in het water vaar ik eerst een paar kilometer voor de wind tot ik de eigenlijk spot bereik. De kwaliteit van de golven maakt de pijn van de launch gelijk weer goed. Na uren in de prachtige down-the-line omstandigheden ben ik plotseling alleen op het water. Uit mijn ooghoek ziek ik Boujmaa met gebroken materiaal over de scherpe rotsen klauteren. Ik besluit mijn beginnersgeluk vandaag niet verder te pushen en beëindig de sessie – in één stuk! We brengen de avond door in het gezellige kustplaatsje Taghazout. Tussen de kleurrijke kleine straatjes met rozenstruiken op de muren, zitten gezellige restaurants en winkels verborgen waar alle mogelijke dingen te koop aangeboden worden. Sesam open u, daar gaan we! We voelen ons bijna als Aladdin in het sprookje van Duizend-en-een-nacht. We verblijven in een hostel dat gerund wordt door een vriend van Boujmaa. Hij geeft ons de beste kamer. Bij zonsopkomst worden we verbluft door het indrukwekkende uitzicht. Geheel tegen onze verwachting in groeien overal groene bosjes en struiken. Het is volledig windstil en bij een klif breken cleane golven, waar een groepje golfsurfers de ene rit na de andere maakt.

Al Qaida & aladdin_3_2016

Omdat de wind zich teruggetrokken heeft naar het noorden, rijden we langzaam de kust weer omhoog, de wind achterna. De weg leidt ons door kleine dorpjes als Tamri, Imessouane en Sidi Kaouki. Hier en daar stoppen we om thee te drinken, tajine te eten of om te genieten van het leven in het dorp. Gelaten zitten de Marokkanen aan de rand van de weg, verkopen olijfolie en kruiden, hoeden een kudde geiten of schapen of wachten simpelweg op een auto die ze een lift kan geven naar het volgende dorpje. Bescheiden en genoegzaam. Hoewel ze geen smartphone in de hand hebben, lijken ze zich geen moment te vervelen. In ruil voor een lift, is er een eerlijke glimlach of een handvol tijm. Hoe dichter we bij de havenstad Essaouira komen, hoe meer de mensen zich bewust lijken te worden van de voordelen die ze uit toeristen kunnen halen. Voor een paar dirham klimmen geiten in bomen, voor mijn camera toont de herder zelfs zijn gele grijns. In de stad zelf worden we er, logischerwijze, gelijk uitgepikt als toeristen. ‘Hallo Kartoffel, ich mache dich Arme-Schlucker-Preis!’ De labyrintische medina van Essaouira, met te veel toeristen op een te kleine oppervlakte, weet ons niet lang te verleiden. Snel weg en terug naar Moulay, waar volgens Boujmaa noch de mensen noch het land de laatste 25 jaar veranderd zijn.

Al Qaida & aladdin_4_2016

Onze laatste paar dagen brengen we door in Boujmaa’s net voltooide huis, verkennen de omgeving, surfen voor de deur en worden ondergedompeld in het echte Marokkaanse leven. We wonen en eten met de locals en genieten van elk moment. De avond voor vertrek breng ik samen met mijn vriendin, Boujmaa en zijn familie en vrienden door bij het kampvuur, terwijl de door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gevoede angsten samen met de laatste zonnestralen in de Atlantische Oceaan verdwijnen. Ik kom tot het besef dat ook wij, als eenvoudige vakantiegangers, culturen sterk beïnvloeden en zodoende op onze reizen altijd een zekere verantwoordelijkheid dragen. De hele wereld heeft moeten wennen aan Westerse toeristen, wat meer tolerantie in eigen land lijkt een redelijke tegenprestatie. Misschien dat in het vervolg in het reisadvies dan niet meer angst gevoed, maar Aladdin geciteerd wordt.