In Motion #5 lees je ons voorlopig laatste interview in de serie ‘40 jaar windsurfen in Nederland’. Onze gesprekspartner Wim Thijs vormde samen met zijn broertje Derk en zusje Beb een begrip in windsurfend Nederland. De drie wonnen in de begintijd van het plankzeilen zo’n beetje alles wat er te winnen viel, en de naam Thijs kwam in het rijtje van grootheden als Robby Naish terecht. Na zijn actieve windsurfcarrière bekleedde Wim zo’n beetje elke denkbare functies binnen het windsurfen, van bondscoach tot organisator en jurylid, en bleef uiteindelijk als technische man bij de world tour tot 1990 de wereld rondreizen. In de tussentijd promoveerde hij op de universiteit in Delft, waar hij nog steeds werkzaam is als assistent professor. Hier twee fragmenten die wegens gebrek aan ruimte het magazine niet haalden. Te mooi om weg te gooien, daarom lees je ze hier.

Geschiedenis van het windsurfen in Nederland
Wim: ‘In Nederland is windsurfen groot geworden door Ten Cate. Zij hebben in 1972 negen planken naar Nederland gehaald, dat was het maximale dat ze konden bestellen, en hebben ze een licentie gekregen om ze hier te gaan maken. Op de Hiswa in 1973 lag er opeens zo’n plank, die ze zelf middels rota moulding hadden gemaakt. De masten kwamen nog uit Amerika, die konden ze nog niet maken, de zeilen werden wel hier gemaakt en het geheel gingen ze hier op de markt zetten. In Amerika hadden ze helemaal de verkeerde marketing bedreven, daar hadden ze het op de surfers gericht. Maar surfers dat waren de nozems, niet de gevierde macho boys die geslaagd zijn in het leven, maar mafkezen die in hun halve blootje de hele dag op de killerwave liggen te wachten. Daar wilde je je als succesvol zakenman helemaal niet mee verenigen. Ze hebben het daar dus eigenlijk een beetje verkeerd ingestoken. Hier niet, hier werd het gelijk een beetje een yuppen gedoe. En succesvol, want in no time had iedereen zo’n ding. Bij Ten Cate hadden ze ook gelijk begrepen dat er een soort nazorg moest zijn. Niet alleen in het product, maar het vormen van een vereniging, een soort clan. Dat hadden zij goed voor elkaar. Als je het product had gekocht werd je gelijk lid van de club, je kreeg een paar keer per jaar een magazine toegestuurd, er werden activiteiten georganiseerd. Ze hielpen met de eerste wedstrijden, het was echt een goed concept. In Duitsland sloeg het helemaal in als een bom, terwijl je daar niet zoveel water hebt, maar als je daar een beetje mee wilde tellen moest je toch wel zo’n Windsurfer op het dak hebben.’

Wim Thijs de wedstrijdleider: bonje met de locals
Wim: ‘Ik had ook een keer tijdens een interview voor de locale krant gezegd dat Hawaii zoals het in de magazines staat, niet bestaat. Had die koppenmaker ervan gemaakt: Hawaii bestaat niet. Wat ik bedoelde was dat je ook op Hawaii vooral moet wachten op wind en goede golven. Als je de bladen leest denk je dat daar altijd mooie golven en super wind is, maar dat is onzin. Toen heb ik ’s avonds nog locals aan mijn tafel gekregen in het café, nijdig dat ze waren! En ik had ook nog iets lelijks gezegd over hun locale favoriet, dat ie toch nog wel wat moest bijleren voordat ie kon winnen. Daar kreeg ik ook gelijk in want hij won niet, maar zo zagen zij dat niet! Die wilden me echt op mijn bek slaan in de pizzeria. Dat is de enige keer dat ik ooit een straatje om ben gegaan om te zorgen dat ze niet wisten waar ik sliep, ik wist niet wat die gekke mannen zouden doen.’

[slideshow id=1 w=700 h=466]

 

Voor iedereen die benieuwd is wat Wims jongere broer Derk inmiddels doet: check Motion windsurf magazine #5 of klik hier!

© Fotografie Wim Thijs: Totenmetontwerpen.nl