Vier jaar geleden won Dorian van Rijsselberghe (1988), goud op de Olympische Spelen van Londen. Een kroon op vier jaar werken en spelen, want zoals hij zelf regelmatig benadrukte: het ging hem vooral om de weg ernaartoe. Na heel even aan een kite te hebben gehangen keerde hij terug bij de RS:X voor opnieuw vier jaar work hard, play hard. Wordt Dorian in Rio de eerste windsurfer die zijn olympische titel prolongeert?

Woord: Mart Kuperij Beeld: Justin Nan, Sander van der Borch, Richard Langdon, onEdition

Dorian van Rijsselberghe zit aan op een kruk aan een statafel in het Regatta Center Medemblik. Mobieltje in de hand, een paar klompen aan zijn voeten. Hij heeft net drie ‘eentjes’ gevaren op de eerste dag van de Delta Lloyd Regatta – zijn ‘uitzwaaiwedstrijd’ – waarvoor hij speciaal overgekomen is uit Amerika, waar hij tegenwoordig woont met zijn vrouw Sasha en hun dochtertje Lise. Er is veel gebeurd sinds de laatste keer dat ik hem interviewde. Hij ging van een relatieve nobody naar een gearriveerde topsporter met olympisch goud. Van onbekende windsurfer naar BN’er. Voor Rio zijn de verwachtingen hooggespannen: hij is kanshebber voor een tweede gouden plak. Aan Dorian zelf is dit alles niet af te zien. Hij oogt relaxed en heeft nog steeds die air van vrolijke flierefluiter. Wel heeft de extra aandacht – en het feit dat hij bijna nooit in Nederland is – ervoor gezorgd dat hij wat minder makkelijk te strikken is voor een interview. Waar ons vorige gesprek in alle rust plaatsvond bij mij aan de keukentafel, krijg ik van zijn management nu precies een uur de tijd. De spanning die ik daarover voel, verdwijnt als ik zie dat Dorian nog precies hetzelfde is als voordat hij zijn gouden medaille haalde.

Er is wel veel veranderd hè, de laatste vier jaar?

‘Er is wat minder tijd, het is allemaal wat strikter, wat meer ingepland. En ik ben natuurlijk getrouwd, een kleine erbij… dat is nogal een verschil met vroeger. Voor de rest zijn we nog steeds hetzelfde ding aan het doen. Lekker aan het varen, we mogen niet klagen!’

Na de Spelen van Londen gaf je aan je gouden plak best te gelde willen te maken, maar niet ten koste van je idealen. Hoe is dat gelukt?

(Lacht) ‘Ik denk dat dat wel redelijk goed gelukt is. Ik heb een paar keer een presentatie of motivational speech bij een bedrijf gedaan maar dat vond ik niet super interessant, dus daar was ik snel klaar mee. Samen met mijn management kiezen we bedrijven die bij me passen, en het liefst voor de lange termijn. Biologische supermarkt EkoPlaza bijvoorbeeld, waarvoor ik ambassadeur ben, of de Plastic Soup Foundation, waarmee we ons inspannen om de toenemende verontreiniging van de oceanen en zeeën met plastic een halt toe te roepen. Er zijn altijd bedrijven die even een dingetje dit of dat willen, maar dat doen we meestal niet. We willen graag een langere tijd samenwerken, zodat we iets kunnen opbouwen.’

Onlangs presenteerde je Samsung als je nieuwe sponsor. Niet de minste.

‘Ja, geweldig natuurlijk dat een grote partij als Samsung interesse heeft in windsurfen, dat vond ik niet heel erg voor de hand liggend. Zij helpen me met telefoons, horloges en dat soort poespas.’

Ze adverteren met virtual reality-brillen, waarmee gebruikers een dagje in jouw schoenen kunnen staan. Heb jij op wedstrijdgebied nog iets aan die technologie?

‘Ik denk dat ze het zeker kunnen gebruiken met skiën of mountainbiken. Als je trainingssituaties kan nabootsen en door middel van zo’n bril honderden keren een olympisch parkoers aan de andere kant van de wereld virtueel kan afdalen is het helemaal top. Met windsurfen is het nu nog lastig. De kwaliteit van de beelden is goed, maar nog niet goed genoeg om daar heel veel mee te kunnen doen.’

‘Tegen de tijd dat de Spelen beginnen zullen er wat 360-graden video’s online komen die we in Rio gefilmd hebben. En ik ben het gezicht van hun campagne in aanloop naar de Spelen, dat is leuk natuurlijk. Zodra je met commercials begint komen er niet alleen centen, maar vooral ook exposure.’

Over exposure gesproken, je bent een veelgevraagde gast op tv.

‘Vandaag nog! RTL Late Night wilde me hebben omdat Texel op de negende plaats in de lijst van Europese topbestemmingen van de Lonely Planet stond. Nou ja, dat wil die dikke (Dorians coach Aaron McIntosh, MK) niet, dus dan gaan we er niet heen. Hij wil dat ik me deze week focus op het windsurfen en uiteindelijk heeft hij het voor het zeggen.’

Ook als jij het eigenlijk best wilt doen?

‘Ja. Aaron is degene die over de planning gaat. Voor mij is het natuurlijk ook heerlijk om hem dat te laten beslissen. Misschien heb ik er zin in, misschien niet, maar als Aaron het niet wil kan iedereen hoog of laag springen, dan gaat het gewoon niet gebeuren. Dat maakt het voor mij makkelijk, want zo hoef ik er niet over na te denken. Aaron is de baas, de sport is leading.’

Krijg je eigenlijk betaald als je naar zo’n tv-programma gaat?

‘Neehee.’

Dus als jij je uitslooft bij RTL Late Night met een aquarium en een ventilator doe je dat helemaal voor nop?

‘Ja, maar dat was ook omdat ik eens wat anders wilde doen dan elke keer over dat saaie windsurfen praten. ‘Hoe ging het racen? Ja lekker’ – daar is niet veel aan natuurlijk. Dan vind ik het mooier om iets leuks, technisch en spannends te vertellen, dat is voor hen ook beter. Maar daar krijg je niets voor, dat is puur voor de sponsors. En dat is ook prima; de sponsors betalen uiteindelijk de rekening. Voor wat hoort wat.’

Als je hem zo ziet zitten – klompen, grapje hier, stemmetje daar – zou je zomaar kunnen vergeten dat we hier met een serieuze topsporter te maken hebben, die keihard werkt en jarenlang dingen aan de kant heeft gezet om te komen waar hij nu is. Dorians olympische avontuur begon in 2007, toen hij sparringpartner werd van Casper Bouman in aanloop naar de Spelen van Peking. Zijn talent stond buiten kijf, en werd nog maar eens bevestigd toen hij een jaar later al podiumplaatsen voer op internationale races. Hij voldeed zelfs aan de limiet voor de Spelen van Peking, maar werd later toch nog voorbijgestreefd door Casper.
Toen Casper na Peking het stokje over gaf, vormde Dorian voor ‘Londen’ zijn eigen internationale trainingsgroep, met de Nieuw-Zeelandse ex-wereldkampioen Aaron McIntosh (1972) als coach en de Canadees Zac Plavsic en Nieuw-Zeelander JP Tobin als trainingsmaatjes. Concurrenten voor het goud, maar juist daardoor perfect in staat elkaar te pushen en zo gezamenlijk een hoger niveau te bereiken.

Na het goud in Londen werd een nieuwe weg ingeslagen. Voor Dorian stond al vast dat hij ook naar de Spelen van Rio wilde, ook toen door de internationale zeilkoepel ISAF was besloten dat kitesurfen daar de plaats van windsurfen zou innemen. Hij richtte zich direct op het kiten – tekenend voor zijn mentaliteit als topsporter – en deed een paar maanden later zelfs al mee aan het WK kiten in Italië. Toen de beslissing van de ISAF in november 2012 alsnog werd teruggeNa het goud in Londen werd een nieuwe weg ingeslagen. Voor Dorian stond al vast dat hij ook naar de Spelen van Rio wilde, ook toen door de internationale zeilkoepel ISAF was besloten dat kitesurfen daar de plaats van windsurfen zou innemen. Hij richtte zich direct op het kiten – tekenend voor zijn mentaliteit als topsporter – en deed een paar maanden later zelfs al mee aan het WK kiten in Italië. Toen de beslissing van de ISAF in november 2012 alsnog werd teruggedraaid en windsurfen terug olympisch was, koos hij opnieuw voor de RS:X.

Je zei destijds best weer vier jaar te willen windsurfen, maar in kiten eigenlijk wel een grotere uitdaging te zien.

‘Ja, en in die tijd was voelde dat ook zo. Maar ik heb de afgelopen jaren zelf natuurlijk ook een boel nieuwe uitdagingen gecreëerd. Ik ben getrouwd, heb een kind gekregen, ben verhuisd naar Amerika. Ik ben ook vier jaar ouder, en heb me verder ontwikkeld. Op windsurfvlak ligt de uitdaging vooral in de omstandigheden in Rio, die compleet anders zijn dan in Engeland vier jaar geleden. Rio is een lastige plek om te varen, met wisselende condities. Van chop en vlagerige, shifty wind rond krachtje 3, 4 in de baai tot lichte wind en oceaanswell buiten de baai. Dat maakt dat je heel goed op moet letten; je kan nog zo goed zijn, je moet wel de goede kant op gaan.’

Iemand die hem daarmee helpt is jonge hond Kiran Badloe (1994), die eind 2013 binnengehaald als trainingsmaatje. Samen met Aaron McIntosh reizen ze sindsdien de wereld over voor trainingskampen en wedstrijden, om elkaar uit te dagen, op te jagen, en zo optimaal mogelijk te presteren. En met succes: op de afgelopen WK in Eilat eindigden ze samen op het podium, op plek twee en drie.

Eigenlijk zit met Kiran een beetje in dezelfde positie als waarin je acht jaar geleden met Casper Bouman zat, alleen zijn de rollen nu omgedraaid.

‘Ja, helemaal.’

Je zei er toen over dat jullie geen concurrenten waren, maar echt trainingspartners. Het waren altijd Casper z’n Spelen. Pas later realiseerde je je dat er misschien wel meer in had gezeten. Kiran doet nu ook vooraan mee, toch waren het altijd jouw Spelen.

‘Ja, toch wel. Ik denk dat Kiran dat ook wel bewust heeft meegemaakt. We hebben met Aaron expres de keuze gemaakt om de selectie voor de Spelen vroeg te doen, op het moment dat Kiran nog niet zo goed was. Dat klinkt heel lullig, maar daarna hebben we hem met een sneltreinvaart alles geleerd wat we weten, zodat hij supergoed kon worden om mij te pushen. En dat is gelukt.’

Je hebt al vaker aangegeven Aaron echt als een vriend, zelfs als een broer te zien. Kiran sloot dus aan bij een hecht clubje, hoe ging dat?

‘Supergoed. We zijn inmiddels echt drie handen op één buik. Kiran is super laid back, vindt alles prima, maar tegelijkertijd wil hij echt wel zijn best doen. Hij is leergierig, en kan hij echt hard varen. Ideaal.’

Leer jij ook van hem?

‘Ja, zeker. Kiran is echt goed in planeren bij relatief weinig wind, zo rond de 15 knopen. Door zijn techniek en zijn lengte heeft hij een hele goede snelheid. Dat is voor mij ideaal bij het trainen, want hij vaart me op dat soort momenten meestal zoek haha. Maar ook op het gebied van trim leer ik van hem; een verse blik is helemaal niet verkeerd.’

Op Instagram ziet jullie leven eruit als één grote vakantie. Trainen jullie ook weleens tot je sterretjes ziet?

(Harde lach) ‘Is het één grote vakantie? Nee. Doe je alles met veel plezier en doe je heel veel leuke dingen? Ja! En natuurlijk, we moeten weleens naar de sportschool, maar over het algemeen gaan we natuurlijk naar prachtige plekken en zijn we heerlijk aan het varen. En we zijn ook aan het genieten. Vaak zetten mensen alleen maar de leuke dingen op Instagram. Maar ja… bij ons is het ook nog echt zo. We komen op plaatsen waar je niet van durft te dromen.’

Wat vond je de mooiste plek tot nu toe?

‘Nieuw-Zeeland is een van mijn favoriete plekken. En toen we tijdens het WK op Oman een week vrij waren, zijn we naar de Maledieven geweest. Maar nu zijn we in Medemblik en zijn we gewoon in de kou aan het varen. Is dat erg? Nee, want we zijn nog steeds lekker aan het varen, het is gewoon wat kouder.’

Jullie brengen zoveel tijd samen door, hebben jij en Kiran weleens bonje?

‘Het is een spelletje en er moet gepusht worden, anders word je nooit beter. We zijn allebei bloedfanatiek en willen allebei winnen, als het dan een keer niet loopt of ik word voorbijgevaren kan ik behoorlijk gefrustreerd zijn. Maar what happens on the water, stays on the water, we zetten de knop snel weer om. Hetzelfde geldt voor Aaron. We zijn de beste vrienden, maar hij pakt me ook aan als dat nodig is. Dit jaar op het WK in Eilat had ik een slechte dag, dat kreeg ik wel van hem te horen. Op het water en later lopend onderweg naar huis, hij ging maar door. Toen brak ik, ik moest huilen. ‘Ik doe echt mijn best’, zei ik. Er waren privé wat dingetjes, ik miste mijn vrouw en mijn kind, links en rechts werd over me geklaagd, het liep gewoon allemaal niet zo. Toen liet Aaron gelijk los, was hij direct weer een vriend.’

Je werd dat WK uiteindelijk tweede, goed op weg voor Rio lijkt me?

Direct: ‘Ja maar dat was wel een beetje geluk. Het goede was dat ik heel constant voer, daar was ik wel blij mee. Maar ik pakte geen eerste plekken, ik heb geen races gewonnen. Ik pakte die tweede plek niet omdat ik oppermachtig was of omdat ik heel erg goed aan het varen was, meer omdat de rest het liet afweten.’

Je zei later dat je eigenwijzer zou moeten worden.

‘Ja. Wat meer initiatief tonen.’

Wat bedoel je daarmee? Ben je anders gaan varen dan voorheen?

‘Ja, veel behoudender, omdat ik de uitschieters weg wilde werken. Als je op een evenement één slechte race vaart kun tegenwoordig al nauwelijks meer winnen. De jongens die voorin varen hebben constante series in de top tien, zelfs in de top vijf. Het is verschrikkelijk moeilijk om een hele week zo constant te varen. Maar dat gaat nu goed, en nu moet ik weer wat meer risico durven nemen en weten wanneer ik een klapper kan maken.’

Kun je uitleggen hoe dat eigenwijze in de praktijk werkt?

‘Het is dat moment dat je soms denkt: ik moet nu naar links, terwijl iedereen rechtdoor gaat. Kansen zien en ervoor durven gaan.’

Is dat hetzelfde als je intuïtie volgen?

‘Er komt veel intuïtie bij kijken, maar ook veel ervaring. Is het verstandig, kan ik het me veroorloven om dit te doen, wat zijn de opties als het misgaat en ik terug moet? Ik ben beter geworden in het herkennen van situaties. Inzien wanneer iets wel of juist niet kan.’

Op de Spelen van Londen was je oppermachtig.

‘In Londen kwam voor mij alles samen. Ik maakte geen fouten en op de een of andere manier ben ik toch wel boven mezelf uitgestegen. Maar het was ook gewoon kant en klaar. Tactisch was het allemaal duidelijk, je wist welke kant je op moest. Mijn plannetje was de hele week hetzelfde: ik startte op de pin-end van de lijn en voer zo hard mogelijk naar links. Ik wist dat als ik dat twee, drie minuten volhield en vervolgens overstag ging ik de bovenboei kon halen, want die lag altijd op precies dezelfde plaats. Ik kwam daar meestal als eerste aan, en zodra je vooraan ligt heb je vrije wind en kun je doen en laten wat je wilt.’

Als het zo kant en klaar was, had iedereen het wel gedaan.

‘Nou, dat viel zwaar tegen. En je kan weten hoe het werkt, maar je moet ook nog de ballen hebben om op die plek te starten en het risico durven te lopen dat je misschien toch niet die plek kunt krijgen. Als je er op de pin uitgescheten wordt is het best lastig nog iets van je race te maken.’

Wat verwacht je van de Spelen in Rio?

‘Dat het heel lastig wordt. Als ik goed vaar, en ik doe goed mijn best, dan moet ik ergens vooraan kunnen eindigen.’

Is dit valse bescheidenheid?

‘Nee nee. Ik zeg niet dat het onmogelijk is, of dat ik achteraan ga eindigen, maar de omstandigheden in de baai van Rio zijn gewoon super lastig. Draaierige, lichte wind, het is erg tricky. We hebben vaak in die baai gevaren, ik kan er goed uit de voeten, maar alles moet op zijn plek vallen wil je er een goed resultaat behalen.’

Toch zullen er veel mensen zijn die denken dat jij hem wel weer even gaat pakken daar.

(Lacht) ‘Ja, inderdaad. En dat is ook heel makkelijk gedacht, maar de realiteit is toch altijd even wat anders. Er zijn zoveel dingen die invloed hebben op het resultaat. De wind, het water, het materiaal, je eigen kunnen. Je kan nog zo hard gaan, maar als het niet goed in het koppie zit, komt het er ook niet uit.’

Over het koppie gesproken: voor de vorige Spelen schoor je je hoofd kaal, heb je dit keer nog iets bijzonders in petto?

‘Ik denk weer kaal. Kale koppen niet te stoppen! Het beviel me. Je schrikt er een beetje van, maar het is gewoon een lekker gevoel, dus waarom niet?!’


TRAPEZEBAAN

Tijdens de Spelen wordt afwisselend gevaren op drie banen in of rond de Baai van Guanabara: Pão de Açúcar, Escola Naval en Niterói. Pão de Açúcar is gelegen in de baai, onder de Suikerberg. Door de ligging is de wind op deze baan behoorlijk lastig: hij moet om de berg heen wat kan zorgen voor draaiingen bij de bovenboei. Escola Naval ligt in het midden van de baai, waardoor de wind minder shifty is. Wel staat hier een sterkere stroming. Niterói tenslotte ligt buiten de baai. De wind is hier meestal licht, omdat hij niet versterkt wordt zoals in de baai en de deelnemers krijgen er te maken met een lange swell van de Atlantische Oceaan. Als de wind meewerkt worden er in totaal twaalf races gevaren, de top tien vaart vervolgens een allesbeslissende Medal Race. De baan die gevaren wordt is een klassieke ‘trapezebaan’, waarbij het eerste rak tegen de wind in ligt.

Dit artikel is afkomstig uit de Motion #3 van 2016. In het laatste nummer van motion staat een spotguide van het Amstelmeer. Dit nummer kunt u hier bestellen. Wil je niks meer missen op het gebied van windsurfen word dan abonnee!